Pagina:De voeding der planten (1886).djvu/154

Deze pagina is gevalideerd
146
DE BEWEGING VAN HET WATER.


ven, zoodat in haar het water een zekeren weerstand ondervindt, die in levende weefsels niet in die mate voorhanden is. Door het afsnijden dezer cellen verwijdert men dien weerstand. Hoe langer de afgesneden takken in de lucht gelegen hebben, hoe langer het stuk moet zijn, dat men afsnijdt. Er zijn echter een aantal plantensoorten, bij welke ook deze bewerking niet voldoende is om de bladeren frisch te maken, ja bij welke een bebladerde tak ook dan verwelkt, wanneer men hem terstonk na het afsnijden in water plaatst. Een voorbeeld hiervan levert ons de gewone zonnebloem. Hoe grooter het aantal bladen is, hoe sterker dit verwelken zijn zal; door het afplukken van een gedeelte der bladen kan men het voorkomen. Er is echter een ander zeer eenvoudig middel, dat in deze gevallen bijna altijd tot het gewenschte doel voert. Men moet namelijk weer het onderste deel van den tak afsnijden, doch nu onder water, dus zóó, dat de nieuwe snijvlakte terstond met het water in aanraking komt. Draagt men dan zorg, deze snijvlakte steeds onder water te houden, zoo blijft de tak frisch, of, zoo hij reeds begonnen was te verwelken, herstelt hij zich spoedig weer.

Het is hier de plaats, nog even te spreken over het begieten. Dit heeft, zooals iedereen weet, ten doel, hetzij om het fletsch worden van planten te voorkomen, hetzij om verwelkte planten weer frisch te maken. Wanneer het in den zomer in langen tijd niet geregend heeft, en de grond dus nog slechts weinig water bevat, verwelken tuinplanten in den namiddag niet zelden, zoo zij onder fellen zonneschijn groote hoeveelheden water door verdamping hebben verloren. Vooral in potten wortelende tuinplanten, voor welke dus de aarde, waaruit zij haar water kunnen putten, beperkt is, zijn hieraan onderhevig. Door begieten worden zij echter weer frisch. Het begieten is in tuinen, moestuinen en niet zelden ook in parken, een van de voornaamste werkzaamheden, welke in het belang der planten moeten worden vervuld. Het is geenszins onverschillig, welk water men daartoe gebruikt, en in welken toestand het verkeert. Het beste water is regenwater, dat echter door lang in regenbakken bewaard te worden veel van zijn