Pagina:De voeding der planten (1886).djvu/172

Deze pagina is gevalideerd
164
DE SCHEIKUNDIGE BESTANDDEELEN DER PLANTEN.


niet aan de wortels ter opneming aanbiedt, maar rechtstreeks op de bladen brengt, en b.v. de eene helft van het blad er mede bestrijkt, terwijl de andere er van vrij blijft. Men ziet dan de bevochtigde helft groen worden, terwijl de andere haar bleekgele tint behoudt. Behandelt men een door ijzergebrek bleekgeel geworden plant bij tijds op een der aangegeven wijzen met een verdunde ijzeroplossing, zoo is het mogelijk haar leven te redden, daar zij nu weer ongehinderd het koolzuur der lucht opnemen en in meel omzetten kan.

De metalen Kalium, Calcium en Magnesium treft men in de planten, tenminste voor een groot gedeelte, in verbinding met organische zuren, dus in den vorm van zouten aan. Onder hen komt het calcium deels in onoplosbare, deels in oplosbare verbindingen voor; de beide anderen steeds in den laatsten toestand. Algemeen is in de planten eene verbinding van Calcium met zuringzuur verspreid; zij wordt hier en daar in de cellen en weefsels als fraaie kristallen aangetroffen. Wat de oplosbare zouten der drie genoemde elementen betreft, zoo ontstaan deze door hunne verbindingen met verschillende zuren, die den gemeenschappelijken naam van plantenzuren voeren. Deze plantenzuren zijn het, die aan de sappen der planten, vooral aan die van vele vruchten, den bekenden, frisschen, soms zelfs sterk zuren smaak verleenen. De namen appelzuur, wijnsteenzuur, citroenzuur wijzen op dit voorkomen dezer stoffen in vruchten. Deze zuren plegen in de plantensappen ten deele aan de drie genoemde metalen gebonden te zijn, en daardoor een deel van hunne eigenschappen als zuur te verliezen; ware dit niet het geval zoo zoude de smaak van alle plantendeelen veel sterker zuur zijn, dan zij nu is.

Natrium en Chloor komen in de planten, waar zij voorhanden zijn, in den regel te zamen verbonden als chloornatrium d.i. dus als gewoon keukenzout voor. Dit zout is in de natuur zoo algemeen en komt zelfs als fijne korreltjes in het stof der lucht zoo veelvuldig voor, dat men bijna geene plant kweeken kan, zonder dat er ten minste geringe hoeveelheden hiervan opgenomen worden. Doch voor de ontwikkeling der planten heeft dit zout, voor zooverre daar-