Pagina:De voeding der planten (1886).djvu/63

Deze pagina is gevalideerd
 

DE TIJDELIJKE BEWAARPLAATSEN VAN HET VOEDSEL.


 

De wortels der planten zuigen de voor haar leven noodige zouten uit den grond op, de bladen verwerken het koolzuur der lucht en het water onder den invloed van het licht tot stoffen, wier samenstelling zeer nauw met die der bouwstoffen van het plantenlichaam overeenkomt. Deze laatste, organische, zoogenoemde geassimileerde voedingsstoffen zijn verreweg de belangrijkste, terwijl de eerste, of de anorganische, voornamelijk ten doel hebben bepaalde veranderingen, die gene bij de levensverrichtingen der planten moeten ondergaan, mogelijk te maken. Deze levensverrichtingen, die het doel zijn, waartoe de voedingsstoffen worden opgenomen en verwerkt, bestaan eensdeels in bewegingen van allerlei aard, voor een groot gedeelte kunnen zij echter tot de groeiverschijnselen gebracht worden. Terwijl voor de bewegingsverschijnselen slechts zooveel voedsel noodig is, als bij de ademhaling telkens verbruikt wordt, is voor den groei natuurlijk de veel aanzienlijker hoeveelheid geassimileerde stof noodig, die in den wand en den inhoud der jonge cellen wordt afgezet en tot vergrooting en versterking van deze dient. Op gelijke wijze eischt de aanleg van nieuwe organen en cellen zeer groote hoeveelheden voedingsstoffen.

Terwijl wij voor het verbruik van het voedsel bij de ademhaling verwijzen naar ons eerste hoofdstuk over de bouwstoffen