Pagina:Eenzame Liedjes (1906).djvu/26

Deze pagina is proefgelezen
 

XIV.

 

HET TUINTJE.

 

 

 
Het droppelt nog wat na, maar even
Komt toch de lieve zonneschijn,
En doet dat kleine groene tuintje
Weer bloeiend en weer blijde zijn.

Dat rieten dak — dat witte muurtje
En die paar bloemen in het bed —
Dat gladde blonde beukenhaagje —
Dat lijkt zoo same' een klein gebed!

Doch de heele lucht is weer betrokken,
Het kleine tuintje is er niet meer —
Daar is alleen de donkre hemel,
En 't droppelt, en het regent weer. —

Dat rieten dak — en die paar bloemen — —
O ! ergens ligt dat beeld in mij —
En, als 't gebed dat 'k ben vergeten,
Weifelt dat soms mijn ziel voorbij.

Dan komt de schaduw van dit leven
En vaagt die bede en blijde schijn,
En 't waait langs eenen wijden hemel —
Dat is alles te klein — te klein —!