Pagina:Eenzame Liedjes (1906).djvu/27

Deze pagina is proefgelezen
 

XV.

 

IN DE ZON.

 

 

Het is gelukkig in de zon te loopen,
Met in de vingers al het warme leven
Zich in het gele heete licht te doopen,
En met het helder lijf als witte steven,
En met de ziel en hare zeilen open,
Zich aan de wijde warmte prijs te geven.

De schaduwbeelden spele' om onze schreden,
En wuive' om onze wandling te verzachten,
Zij glijde' als stille waaiers met ons mede,
Als spiegelingen onzer vreugdgedachten —
Wij gaan door hen en zijn geheel tevreden,
En zijn gereed een wonder te verwachten.

Wij voelen geen berouw en geen verlangen,
En zien glimlachend onze medemenschen —
Die gaan voorbij als andere gezangen,
Wij weten niet wat zij of wij nog wenschen,
En zijn in Bene blinde vreugd gevangen,
En toeven, gaande binnen lichte grenzen.