Pagina:FrankVanDerGoesWerk1939.djvu/138

Deze pagina is gevalideerd

Bismarck, schrijft Dekker, "ook Bismarck wist het wel. Hij gaf den Duitschers twee parlementen, twee fontanellen op kracht en denkvermogen. De volkeren zijn uilig genoeg zich tevreden te toonen, als ze maar praten mogen!"[1]

Kan men zich schromelijker vergissen? Bismarck die het proletariaat tegen de bourgeoisie noodig had, brak juist het machtsmiddel van de bezittende klasse, wilde het althans breken, door er het proletariaat aandeel in te geven. Op welke wijze dit hem gelukt is, en hoe gaarne Bismarck en zijne opvolgers ontslagen zouden zijn van het arbeidersstemrecht, is sedert algemeen bekend geworden.

Opmerkelijk is verder dat het motief vóór algemeen kiesrecht bij Multatuli geheel tot de burgerlijke denkwijze behoort—ten eerste "omdat dan den tegenwoordigen niet-stemmers een grief ontnomen wordt; ten tweede omdat men zelfs in fictiën consequent moet zijn.[2]"—Met andere woorden: als een recht en als een logische eisch van het vertegenwoordigend systeem: twee ideologische gronden, die ons niet zouden bewegen een vinger te verroeren.

De burgerlijke revolutionnair of anarchist zou in Multatuli niet kompleet zijn zonder de twee elementen van persoonlijke tyrannie en van geweld tegen personen.

Zelfs voor individueel zachtmoedige lieden, zooals Douwes Dekker was en vele anarchisten zijn, bestaat geen ander hervormingsmiddel dan het verwijderen van de "slechte menschen" uit de samenleving;—zijn zij het niet, die haar beletten goed te zijn?

"Mijn innige overtuiging is, dat er slechts een praktisch wapen is, het heet geweld"[3]. En deze opmerking die vele malen terugkeert, vinden wij uitvoeriger herhaald in een brief van 15 Augustus 1886:

"Meen niet dat ik bij 't afkeuren der taktiek van de


  1. Brief van 19 Sept. bl. 318.
  2. Brief van 14 Mei 1884, bl. 266.
  3. Brief van 15 Februari 1884, bl. 331.
134