Pagina:FrankVanDerGoesWerk1939.djvu/418

Deze pagina is gevalideerd

schillen en juist bij zulke gelegenheden springt gewoonlijk de tegenstelling tusschen schijn en werkelijkheid zo sterk in het oog dat men er als onbevooroordeeld toeschouwer moeilijk ernstig bij kan blijven. Doch wat ook over de verschijning van het konstitutionele koningschap te zeggen zou vallen, zeker is dat ze voor de verantwoordelijkheid komt van de werkelijke machthebbers die een ambt hebben mishandeld dat zij evengoed hadden kunnen afschaffen. En hoe volkomen geslaagd de dubbelzinnige belangenpolitiek is van de bourgeoisie, die met woorden hoog verheft wat zij met daden zo diep heeft vernederd, ziet men wel het duidelijkst uit het feit dat de vertegenwoordigers zelf van het verminkte ambt het meewerken aan de schijn blijkbaar niet beschouwen als een gedwongen fraaiigheid maar als een ernstige plicht....

Met welk recht trouwens zou men van de nakomelingen kunnen verwachten dat zij vrijwillig afstand zullen doen van de hun gegunde overblijfselen van vroegere grootheid, nu wij ook de officiële socialistische partij zich zien aansluiten bij een onwaarachtige maar van het standpunt der bourgeoisie begrijpelijke houding. Heus, nu de sociaal-demokratische leiders gaan meedoen aan de figuratie op het schouwtoneel van de konstitutionele en hersenschimmige monarchie, zou het onbillijk zijn te verlangen dat koningen en prinsen wijzer zullen wezen dan zij. Aan de andere kant geeft deze nieuwe inschakeling ons reden om weer iets te zeggen over een oude kwestie.

 

Eigenlijk heeft de houding van de arbeidersbeweging tegenover deze vorm van het koningschap nooit een kwestie opgeleverd. Althans heeft in Nederland de keus tussen monarchie of republiek voor de socialisten niet kunnen bestaan. Waar de bourgeoisie haar eigen diktatuur weet te vestigen is door haar het vraagstuk opgelost. Het enige wat de socialisten er tegen op te merken hadden betrof de motieven van de bourgeoisie om, naast de feitelijk bestaande republiek, zogenaamd er boven, de schijnmonarchie te handhaven. Van nabij beschouwd moet men erkennen dat in ons land, toen met de grond-

414