Pagina:Heimans&Thijsse1897HeiEnDennen1stEdition.djvu/106

Deze pagina is niet proefgelezen

92

meer kan bewegen, verliest weinig kracht en heeft geen voedsel noodig, om, al is het niet zoo lang als anders, te blijven leven; groeien doet het natuurlijk ook niet. Zijn treurig lot is het, te blijven leven, om te kunnen worden opgegeten.

Vreeselijk, is het niet? Zeker, ’t is een verschrikkelijke waarheid: medelijden, gevoel voor anders leed, moet ge bij de dieren niet zoeken; die gevallen zijn uiterst zeld- zaam; en toch, hier werkt een dier met haastige ijver en groote moed voor het leven van zijn kinderen, die hij niet eens zal zien; want, als de larven komen, is de graafwesp al dood.

Laten we hopen, dat de rups, die door de wesp met voor ons onbegrijpelijke zekerheid juist daar wordt gestoken, dat er onmiddelijk verlamming volgt, door deze verwonding tevens gevoelloos wordt gemaakt, zoodat het ongelukkig dier later geen pijn meer lijdt. Ontzettend blijft het; toch moeten wij niet vergeten, dat de aangestoken rups niet weet, wat hem te wachten staat; net zoomin als het lam, dat zorgvuldig wordt verzorgd en gevoerd, om later geslacht en (nog wel door ons, menschen) met smaak opgepeuzeld te worden. Lams-côteletten zijn heerlijk, nietwaar?

Nu begint de hitte hier tegen de zuid-helling en in de diepte toch werkelijk ondraaglijk te worden. We moeten de heuvels over; in de vlakte hebben we er geen last van.

Hier groeit lage brem tusschen de heistruiken. Prikt ge u? Ik wilde net waarschuwen, dat het de stekelbrem is; ook wel Engelsche brem geheeten, Genista anglica. De bloemp- jes zijn lief, aardig om te ontleden en na te teekenen, ze blijven in een vaas met water gezet, waarbij een weinig zout is gevoegd, weken lang door bloeien.

Dit is nu de "planta-genet,” die ge u wel uit de algemeene geschiedenis herinnert.