Pagina:Heimans&Thijsse1897HeiEnDennen1stEdition.djvu/228

Deze pagina is niet proefgelezen

202

plaats toch te bereiken, dan treffen de verwijtende woorden en blikken van onze aanvoerder mij niet al te sterk.

Hij nestelt al een paar jaar in die boom, hoog in de top- in een verlaten kraaiennest. ’t Is een heel gebouw en van binnen zal 't wel keurig ingericht zijn, want zoo’n oude eekhoorn weet precies, wat er voor noodig is om geen last van de kou te hebben. En rondom in ’t bosch liggen stellig zijn voorraadschuren verborgen, van sparrezaden, eikels en beukenootjes, alles behoorlijk gepeld en schoongemaakt. Ge kunt in ’t dennebosch de ontschubde sparappels makkelijk vinden, waar hij de zaden uit gehaald heeft; alleen aan de top waar geen zaden zijn, laat hij de schubben zitten.

Wie wel eens "boschwerk” heeft willen maken: portret- lijstjes van sparreschubben en dergelijke dingen, weet hoeveel moeite ’t kost, om een sparappel in stukken te plukken. Maar zoo’n eekhoorn heeft scherpe tanden en kan er heel vlug mee terecht.

Als tegen ’t voorjaar zijn provisiekast leegraakt, of als hij zijn bergplaatsen niet kan weervinden — wat hem nog al eens een enkele keer gebeurt — dan vreet hij de knoppen uit dennen en sparren, of hij knaagt de schors en de bast. van jonge boomen af. Zoo kan hij ontzaglijk veel schade aanrichten, en nog gevaarlijker wordt hij, als in April en Mei de zangvogeltjes eieren en jongen hebben.

Ja, 't is een wreede roover, ondanks zijn lief en innemend uiterlijk en alleen aan dit laatste heeft hij ’t waarschijnlijk te danken, dat niet overal even onverbiddelijk de doodstraf - op hem wordt toegepast. De „tredmolen” maakt ook dikwijls een eind aan zijn bandietenloopbaan. Ik zou niet graag de eekhoorntjes uit de bosschen willen missen, evenmin als de gaaien en eksters, dat ook zulke gevaarlijke dieren zijn en over wier lot ik mij ook vaak ’t hart vasthoud.

Gelukkig (of ongelukkig dan, voor wie er schade bij heeft)