Pagina:HeimansEli1906MetKijkerEnBus.djvu/165

Deze pagina is proefgelezen

157

hun doeken en zie, de diertjes lagen onbeweeglijk als dood op den bodem; ik stond een oogenblik verslagen, bracht ze daarop snel over in frisch zuurstofrijk water en wachtte met kloppend hart. En de vischjes herleefden; op enkele na, voor wie de inspanning van de landreis te groot was geweest."

Merkt u wel dat u dit boek, deze reisbeschrijving, gerust aan uw kinderen, die met hun aquarium ijverig in de weer zijn, cadeau kunt doen, zonder gevaar dat ze 't in een hoek zullen leggen. Zoo zit er meer van dat jongensachtige in.

En ik geloof vast dat een flinke nadenkende jongen die modderkruipers in zijn aquarium houdt—net zoo goed als Semon en in diens omstandigheden—op logische gronden had ontdekt, waartoe de long bij Ceratodus dient, als 't beest toch niet buiten water kan leven. Als de geheele vischbevolking van 't aquarium bijna stikt uit gebrek aan zuurstof, doordien er toevallig te weinig water voor 't aantal visschen in de basins is, dan blijven modderkruipers, paradijsvischjes en soms ook karpers, zoo gezond als een vischje maar zijn kan; maar die doen dan ook net of ze longen hadden, ze snoepen lucht aan de oppervlakte en bewaren die, in de maag of in de keel. Ceratodus, de Australische longvisch, houdt zoo 't leven, als de heele rivier waarin hij woont tot op enkele poelen na is uitgedroogd, en daarin alles samenhokt wat visch heet. Dan stinkt de poel al spoedig van doode visch, maar Ceratodus is nog springlevend. Drogen echter de beide rivieren, waarin dit eenige dier nog leeft, eens op een zomer volkomen uit, wat volstrekt niet onmogelijk is, dan is het dier voorgoed uitgestorven. Dan kunnen de dierkundigen het alleen nog maar bestudeeren in Ѕеmоn'ѕ ontwikkelingscollectie te Jena, het resultaat van zijn rit naar Coonambula.