Pagina:HeimansEli1906MetKijkerEnBus.djvu/20

Deze pagina is gevalideerd

14

als die uit Italië; en dit is al jaren zoo. Al sedert Elisabeth's tijden ankeren volgens bijzonder privilegie twee Friesche palingschepen (eel-ships) in de Theems vlak bij Londonbridge; een jaar of wat geleden heb ik ze er nog zien liggen, en ik heb niet gehoord, dat het privilegie is opgeheven.

De Zwarte Zee evenwel is geheel palingloos en derhalve ook de Beneden-Donau. Waarschijnlijk is het geringe zoutgehalte, of de gesteldheid van den bodem hiervan de oorzaak. Pogingen om de aal daar iп te burgeren zijn totaal mislukt.

Zoo is ook al weer dit raadsel opgelost; enkele zaken echter zijn nog duister. Zoo is 't vreemd, dat haast nooit weer een oude aal uit zee de rivier weer komt opzoeken, waar ze vijf jaar lang geleefd en genoten heeft. Waar blijven die? Of sterven mannetjes en wijfjes (net als b.v. de meeste vlinders) kort nadat de eieren gelegd zijn en het aal-mannetje, door het homvocht іп 't water te verspreiden, ze heeft bevrucht?

Bij de diepzeevisscherij gaat het tegenwoordig zoo wetenschappelijk toe, dat ook deze vraag wel spoedig beantwoord zal kunnen worden, en meteen de verklaring gevonden van het vreemde feit dat enkele glasvischjes, weinig in vorm afwijkend van de naamgenooten uit volle zee, dicht bij de kust, op vijf meter diepte in 't zand zijn aangetroffen.

Nu zal zeker wel een enkele van mijn lezers of lezeressen willen vragen, hoe die stomme beesten, die onnoozele visschen precies den weg weten van de Alpen naar den Oceaan en omgekeerd en ook den juisten tijd van vertrek. Dan moet ik daarop antwoorden, dat wij daarvan volstrekt niets weten of begrijpen; net zoo min als de dieren zelf, denk ik; en іп zoo'n geval spreekt men van "instinct".