Pagina:HeimansEli1906WandelenEnWaarnemen.djvu/215

Deze pagina is gevalideerd

215

malsch; maar wie in Epen is leert wel klimmen. Alleen als 't pas geregend heeft en dat was van de week hier een morgen en een anderen middag het geval, dan zijn de zijpaden naar de heuvels beken geworden, met een beweeglijken bodem van klei met keischerven en vuursteensplinters, die voor gevoelige voeten aan een penitentie doen denken; een uur later is de weg weer begaanbaar hoewel nog niet bepaald droog te noemen.

Op zoo'n middag laten we den schoenmaker wat verdienen, houden we op pantoffels de groote wegen en praten met de Limburgsche menschen, die zelf ook zoo graag praten, en we doen nieuwsgierige vragen. Zoo had mijn vrouw al een paar dagen het oog op lange banden, meters lang en een paar handen breed, wit of grijs met rood gevoerd, die over de heggen bij de andere wasch te drogen hingen. Zij zou net eens probeeren in 't Limburgsch te vragen, waarvoor ze gebruikt werden, toen een meisje van een jaar of tien het zonder zeggen kwam vertellen; want zij droeg een wikkelkindje van vier maanden voor den buik. Een wikkelkindje, waarde lezer die het nog niet weet, dat is geen kindje, dat is een hoofdje zonder lijf of armen en beenen, een gewoon kinderhoofdje dat uitkijkt, gezond maar een beetje suf, dunkt me, boven een stijven rol laken of katoen, dat weet ik niet precies, blauw, rood of grijs, al naar smaak en soort.

Moet het meisje een ouder zusje of broertje helpen, dan legt ze het wikkelpakje even neer op den grond of zet het onder tegen den muur of in den haag, het blijft rechtop staan. Bijzonder practisch, dunkt me, zoo'n kind zonder handen en beenen; het staat als een paal wanneer het maar een steuntje heeft, je zou het ook in los zand kunnen zetten of met lood bezwaard rechtop in water laten drijven. Zoo'n