Pagina:Het Bouwbedrijf vol 006 no 009 p 179-181.djvu/1

Deze pagina is proefgelezen

KUNST- EN AR­CHI­TEC­TUUR­VER­NIEUWING IN ITALIE
door Théo van Doesburg.

Sant’Elia †

„Je suis heureux d’assister au réveil de Rome, qui offre enfin un spectacle de grandes usines laborieuses. Rome peut devenir un centre industriel, je l’affirme. Les Romains doivent refuser de vivre de souvenirs! Le Colisée et le Forum sont le passé: nous devons construire les gloires de l’avenir. Nous appartenons à une génération de constructeurs qui par une dicipline de bras et de cerveaux veulent réaliser l’idéal d’une Italie puissante, d’une Italie de producteurs et non de parasites.”

(Mussolini.)

INLEIDING.

De architectuur is te zeer uitdrukking van een volk om haar ontwikkeling geheel zelfstandig, buiten verband met de volksontwikkeling te kunnen denken. Architectuur is geen abstractie maar realiteit. Haar innerlijke kracht ligt in het maatschappelijk evenwicht, terwijl haar constructief wezen door geheel andere, als: beeldende, technische en biologische, factoren bepaald wordt. Om een juist inzicht te krijgen in de nog zeer jonge Italiaansche architectuurvernieuwing (sinds 1926) is het noodzakelijk er ons rekenschap van te geven, welke vitale krachten de eerste stoot tot deze anti-traditioneele architectuur, zooals zij zich op het oogenblik, behalve in Italië ook overal elders ontwikkelt, gegeven hebben.
Niemand zal meer ontkennen, dat de as waarom de vernieuwing in Italië plaats heeft, het futurisme is. Dit vormde de innerlijke kern, het fundament van het nieuwe productieve Italië, hetwelk in het fascisme zijn nieuwe synthetische levensvorm eert. Evenals de nieuwe, scheppende, anti-passeïstische kunst, is de fascistische dictatuur het product der futuristische ideeën, welke sinds 1908 in tal van manifesten, brochures, boekwerken en in den vorm van kunstdemonstraties en meetings over de geheele wereld verspreid werden. De altijd enthousiaste, altijd optimistische initiator F. T. Marinetti zet in een zijner laatste werken „Futurisme en Facisme”[1] de juiste verhouding dezer twee zuiver Italiaansche cultuurstroomingen uiteen, en legt er de nadruk op, dat ondanks het feit dat het fascisme zijn ontstaan dankt aan de futuristische revolutie en zich ook geruimen tijd met de futuristische ideeën voedde, het futurisme, in tegenstelling met het politieke fascisme, een zuiver artistieke en ideologische beweging is, die met politiek niets te maken heeft. Het pleit, volgens de schrijver voor de algemeenheid der futuristische vernieuwingsgedachte, dat zoowel in Rusland onder bolsjewistisch regiem, als in Italië onder fascistisch (patriotistisch) regiem, de „futuristische” kunst bloeit. Het is zeer zeker merkwaardig, dat het jonge nationalistische Italië eenzelfde architectuur huldigt, die in andere landen onder geheel ander maatschappelijke verhoudingen en onder een geheel ander staatsregiem, aan de spits staat. Dit bewijst hetgeen ik reeds elders zei, dat de scheppende impuls van een tijdperk steeds sterker is dan welke politieke gedachte ook en dat het daarom onmogelijk is, dat de kunst aan de leiband van een maatschappelijk en politiek stelsel kan gaan. In mijn studie over Rusland, noemde ik een proletarische kunst een onding, doch dit geldt niet minder voor een fascistische kunst. Het futurisme is geen fascistische kunst, zooals Marinetti zeer helder aantoont. Veeleer is het fascisme een „futuristische” staatsvorm. Belangrijk in dit verband is de volgende passage uit Marinetti’s boek: „12 April 1915 werden Marinetti, de futurist en Mussolini te Rome gezamenlijk gevangen genomen en wel voor Interventionisme[2], terwijl zij in 1919 te Milaan gevangen werden genomen voor een fascistische aanslag tegen de veiligheid van den staat en het organiseeren van een gewapende macht. De futuristen voorbereiders van het huidige Italië huldigen daarom het futuristische temperament van hun staatschef.”

*

FUTURISME EN RATIONALISME IN DE MODERNE ITALIAANSCHE ARCHITECTUUR.

Al is het ook een uitgemaakte zaak, dat de nationaalbegrensde idealen van het futurisme reeds thans (behalve in de architectuur) aesthetisch en politisch gerealiseerd zijn en al heeft Marinetti’s laatste manifest „Le Futurisme mondial” waarin de vernieuwers in alle landen over een, en wel de futuristische, kam geschoren worden ook hevige protesten uitgelokt, een feit is het, dat het Italiaansche futurisme de eerste en sterkste stoot tot een algeheele vernieuwing, gebaseerd op een nieuwe dynamische levensaanschouwing, gaf. Zij uitte zich dooreen onafhankelijke scheppende kunst, die ten slotte een nieuwe aesthetische architectuur ten gevolge had. Geen vernieuwingsbeweging aan het begin der 19e eeuw had zoo helder, zoo juist en zoo onversaagd de nieuwe tendenzen der kunst in onmiddellijke verhouding tot de mechanische ontwikkeling van het moderne leven geformuleerd als het futurisme. Nog voor het Parijsche (Spaansch) cubisme, nog voor de eerste manifestaties van het slavisch-germaansche expressionisme, slingerde het trotsche latijnsche futurisme zijn nieuwe eischen naar alle hoeken der beschaafde wereld. Deze manifesten zijn genoegzaam bekend, doch wat ons hier interesseert zijn de eischen die Antonio Sant Elia, de vroeg gestorven pionier der futuristische architectuur aan de toekomstige bouwkunst stelde.
Het futurisme, geboren uit de menigvuldigheid der grootsteedsche indrukken, is voornamelijk gebaseerd op het genie der moderne wereld; de snelheid. Traagheid staat gelijk aan passeïsme, aan pompierisme en doode conventies. „Het gouvernement dat ik de eer heb te presideeren is een gouvernement der snelheid, het onderbreekt de traagheid van het nationale leven van heden enz. (Mussolini). De futuristen eeren in Mussolini de futurist en het wekt daarom geen verwondering dat nog kort geleden ter gelegenheid der 10-jarige herdenking van de dood van de eveneens in de oorlog gesneuvelde Umberto Boccioni, de staatschef Mussolini in naam van het Italiaansche volk het genie van de groote futurist hulde bracht.[3]

Ik heb het noodig gevonden dit te memoreeren om te doen zien op welk maatschappelijk niveau de nieuwe kunst en de futuristische architectuur, die met Sant Elia haar aanloop neemt, zich ontwikkelt. Het is te voorzien, dat de nieuwe architectuur in Italië binnen afzienbare tijd tot ongekende realiseeringen in staat zal worden gesteld, daarom is het destemeer noodzakelijk, ons reeds thans grondig te oriënteeren betreffende de verhouding, waarin de nieuwe

 
179
  1. „Futurismo e Fascismo”, uitgave Franco Campitelli. Foligno.
  2. Interventionisme dankt zijn ontstaan aan de futuristische manifestaties in de straten van Milaan. Gedurende den slag bij de Marne (September 1914) verbrandden de futuristen 8 Oostenrijksche vlaggen en werden hierom gevangen genomen wegens interventie. Zie ook „Noi” Rivista d’Arte Futurista no. 6—9. Roma 1924.
  3. Zie „Il Nazionale” 9 marzo 1929: „Evviva Boccioni” pag. 4.