Pagina:HuygensCornelieDarwinMarx1901.djvu/104

Deze pagina is gevalideerd

93

schrijvers eigen onvastheid van methode, zoodra hij, naar aanleiding van de door hem vertolkte meeningen en opvattingen van anderen, zijn persoonlijk gevoelen geeft.

Ofschoon overtuigd aanhanger van de moderne evolutie-theorie, en derhalve logisch gedwongen monist te wezen, ook bewerend en stellig meenend een aanhanger van het eenheidsbegrip te zijn, vervalt hij aanhoudend en blijkbaar onbewust tot een dualisme, dat menig modern theoloog hem zou kunnen benijden. Op andere oogenblikken echter wordt hij weer streng monistisch.

Men oordeele:

"Bebel vat de verhouding van het Darwinisme tot het socialisme op als een zuiver theoretisch vraagstuk, terwijl het toch alleen door willende en handelende menschen geschieden kan, dat de maatschappelijke toestanden anders worden. Want dáárin bestaat toch ten slotte de revolutionaire kracht van het socialisme, dat de menschen zich niet aan de gegeven toestanden aanpassen, doch de toestanden aan hun doeleinden aanpassen."[1] Bl. 46.

  1. Deze en volgende aanhalingen uit genoemd werk hebben geenszins ten doel het af te breken. Daarvoor bevat het te veel verdienstelijke bladzijden, en doet te weldadig aan de wetenschappelijke ernst des schrijvers, zoo sterk contrasteerend met de verregaande oppervlakkigheid en onkunde op natuurwetenschappelijk gebied, waardoor Bernstein zich onderscheidt. Maar het boek als geheel geeft een ongezochte aanleiding om, waar het hoofddoel dezer beschouwingen is de Marxistische theorie nader uit te werken en te verduidelijken, op de naturalistische grondstellingen een nog helderder licht te werpen. (Alle cursiveeringen zijn van mij.)