Pagina:In de sneeuw.djvu/142

Deze pagina is gevalideerd

140

nen, dat zij dienden te vertrekken. Maar Gabriëlle verzocht, dat de Lensmand het gesprek nog wat zou voortzetten, en vertellen hoe de burgemeester in het dorp genoemd werd.

Mevrouw gaf haar ergernis op tamelijk luiden toon te kennen, terwijl ze eenigszins angstig tot Johannes opzag. Deze keerde zich ongeduldig om en raapte zijnen hoed van den grond, maar Gabriëlle fluisterde den ouden man toe:

„Zeg het me gauw."

„Wij noemen hem: „de duivel hale mij," fluisterde hij; en hij bootste, dit zeggende, zoo precies de stem van den burgervader na, dat Gabriëlle luidkeels moest lachen. Zij scheidden, zeer met elkaar ingenomen, en Gabriëlle beloofde, hem spoedig eens weer te bezoeken.

Mevrouw Olsen was bij het afscheid een weinig verstrooid, zij brandde van verlangen om haren echtgenoot over zijn onbehoorlijk gedrag te onderhouden.

Johannes was koel en stijf.

Op den weg gekomen, nam Gabriëlle zijnen arm, en drukte zich vast tegen hem aan. De wind verhief zich nog steeds; groote klompen sneeuw vielen op de takken tot poeder uiteen