Pagina:In de sneeuw.djvu/62

Deze pagina is gevalideerd
60

hij stelde zich verkiesbaar. Hij dacht niet anders of hij zou met algemeene stemmen worden verkozen. De uitslag was — dat hij drie stemmen kreeg. Zijne verbazing was in den beginne zoo groot, dat hij niet dadelijk kon begrijpen, hoe zoo „iets ongehoords“ kon geschieden, — ja, eigenlijk begreep hij dit nimmer.

Zeer goed herinnerde hij zich de ontstemming der gemeente, naar aanleiding dier oude schuur. — Dat „oude ding“ daar voor zijne studeerkamer zorgde er steeds voor, dat hij ze niet vergat. Maar hij had toch zoo ontelbare malen zijne meerderheid getoond in voordracht en discussie; zoo dikwijls de politici van het dorp in het nauw en tot zwijgen gebracht — dàt erkende dezen zelve. En nu maar drie stemmen! hoe was het mogelijk?

Deze drie stemmen moesten van de meest „getrouwen“ zijn! Maar wie, in 's hemels naam, daarvoor te houden? Hij moest ze te danken hebben aan den burgemeester, den Lensmand [1], en den klokkenist.

  1. Ik heb gemeend het woord Lensmand onvertaald te moeten laten wijl er hier te lande geen enkele betrekking bestaat die met die van Lensmand overeenkomt. 't Is een soort ondercommissaris van politie, die den Fogd in zijne veelvuldige bemoeiingen bijstaat.