Pagina:Kautsky 1900 nl Economische Theorie Marx.djvu/124

Deze pagina is gevalideerd

110

de arme kinderen der Engelsche stroovlechterij vermeld, die van het zesde jaar onder de ellendigste omstandigheden vaak tot middernacht moeten arbeiden. "De ellendige, gedemoraliseerde ouders dezer kleine stroovlechters," zegt Marx, "zinnen er slechts op, om uit de kinderen zooveel mogelijk te slaan. Opgewassen, geven de kinderen natuurlijk geen cent om de ouders en verlaten hen." "Het is echter niet het misbruik der ouderlijke macht." zegt Marx elders, "dat de directe of indirecte uitbuiting van onrijpe arbeidskrachten door het kapitaal schiep, doch het is omgekeerd de kapitalistische uitbuitingswijze, die de ouderlijke macht, door opheffing der bij haar passende economische grondslagen, tot een misbruik gemaakt heeft. Zoo vreeselijk en afschuwwekkend nu de ontbinding van het oude gezinsleven in het kapitalisch stelsel schijnt, toch schept niettemin de groote industrie met de gewichtige rol, die zij den vrouwen, jeugdigen personen en kinderen van beiderlei geslacht in op den voet van gemeenschappelijken arbeid georganiseerde voortbrengingsprocessen buiten den huiselijken kring toewijst, den nieuwen economischen grondslag voor een hoogeren vorm van het gezin en de verhouding der beide geslachten. Het is natuurlijk even onnoozel den christelijk-germaanschen gezinsvorm voor absoluut te verklaren, als den oud-romeinschen vorm of den oud-griekschen of den oosterschen, die overigens onderling een historische ontwikkelingsreeks vormen. Evenzoo is het duidelijk, dat de samenstelling van het gecombineerde arbeidspersoneel uit individuen van beiderlei geslacht en van de meest verschillende leeftijden, hoewel in haar oorspronkelijk-brutalen kapitalistischen vorm, waarin de arbeider er voor het voortbrengingsproces, niet het voortbrengingsproces er voor den arbeider is, pestbron van verderf en slavernij, onder overeenkomstige verhoudingen omgekeerd tot een bron van humane ontwikkeling moet omslaan."

Nadat Marx ons dit uitzicht in de toekomst geopend heeft, zullen wij wel verzoend zijn met het stelsel van machinerie en groot-industrie. Zoo onmetelijk ook het lijden is dat het op de arbeidersklasse wentelt, dit lijden is dan tenminste niet vergeefsch. Wij weten dat op den akker van den arbeid, die met millioenen proletariërslijken gemest is, een nieuw zaad zal opschieten, een hoogere vorm van maatschappij. De machine-voortbrenging vormt den grondslag waarop een nieuw geslacht ontstaan zal, ver van de eenzijdige beperktheid van handwerk en manufactuur, niet de slaaf van de natuur, gelijk de mensch van het oorspronkelijk communisme, niet geestelijke en lichamelijke kracht en schoonheid koopend met de onderdrukking van rechtelooze kudden slaven, gelijk de klassieke oudheid—een geslacht, harmonisch ontwikkeld, met vreugde in het leven en tot genieten in staat, heer der aarde en der natuurkrachten, alle leden der gemeenschap in broederlijke gelijkheid omvattend.