Pagina:Kautsky 1900 nl Economische Theorie Marx.djvu/71

Deze pagina is gevalideerd

57

Wij hadden dan niet meer 24 gulden constant kapitaal, doch slechts 22, daar er immers minder verwerkt wordt (18⅓ pond katoen = 18⅓ gulden; slijtage van spindels enz. slechts 3⅔ gulden); daarbij een variabel kapitaal van 3 gulden (wij nemen aan dat het arbeidsloon voor 11 uur hetzelfde blijft als vroeger voor 12 uur) en een meerwaarde van 2½ gulden. De meerwaardevoet bedraagt dus niet meer 100, doch 83⅓ pCt.

Wij hebben een totaal-product van 18⅓ pond garen, met een waarde van 27½ gulden; het constante kapitaal is in 14⅔ pond belichaamd, het variabele in 2 pond, de meerwaarde in 1⅔ pond; de 14⅔ pond worden in 8 uur en 48 minuten geproduceerd, de 2 pond garen in 1 uur en 12 minuten en de garenhoeveelheid, die de meerwaarde draagt, in 1 uur. Door de verkorting van den arbeidstijd met een uur is dus de tijd ter vervaardiging van het meerproduct, dat de meerwaarde bevat, niet met een uur, doch slechts met 12 minuten verminderd. Het rekenvoorbeeld der fabrikanten berust op de wonderbare onderstelling, dat in 11 uur 112 minder aan product geleverd wordt, doch evenveel productiemiddelen (ruw materiaal enz.) verbruikt worden als in 12 uur.

 

 

    van kracht, handigheid, volhardingsvermogen, zorgvuldigheid, intelligentie, kortom van de geschiktheid des arbeiders, een vermeerdering die soms zoo ver gaan kan, dat de arbeider in den korteren arbeidstijd meer produceert dan tevoren in den langeren. Met dezen kant der arbeidstijdverkorting houden wij ons echter hier niet bezig, wij laten dien eenvoudigheidshalve buiten beschouwing.