Pagina:Kautsky 1900 nl Economische Theorie Marx.djvu/99

Deze pagina is gevalideerd
 

HOOFDSTUK IX.

MACHINERIE EN GROOTE INDUSTRIE.

 

 
1. De ontwikkeling der machinerie.
 

De verdeeling van den arbeid in de manufactuur voerde wel tot een wijziging van den handwerkmatigen arbeid, doch hief dezen niet op. De handwerksbekwaamheid blijft in het algemeen de grondslag der manufactuur en maakt voor den, indien ook eenzijdig geoefenden, deelarbeider nog een zekere zelfstandigheid mogelijk tegenover den kapitalist. Hij kan niet op stel en sprong vervangen worden, aangezien zijn arbeid voor den gang van het geheele bedrijf onontbeerlijk is, zooals wij aan het voorbeeld der speldenfabrikatie gezien hebben. En de arbeiders zijn zich dit voorbeeld zoo goed bewust, dat zij met alle macht pogen voor de manufactuur dit handwerkmatig karakter te behouden, door zooveel mogelijk de handwerksgewoonten, bijv. ten opzichte van het leerlingwezen, in stand te houden.

Men kan dit streven thans nog waarnemen in een gansche reeks van industrieën, die tot dusver volgens het manufactuurstelsel gedreven worden. Hier ligt ook het geheim van veel succes voor de vakbeweging.

Wat den een tot vreugde is, strekt den ander tot verdriet. "Door het gansche manufactuurtijdperk," schrijft Marx, "hooren wij derhalve de klacht over het gebrek aan tucht bij de arbeiders. En ook al hadden wij niet de getuigenissen van schrijvers uit dien tijd, de eenvoudige feiten dat het van de 16e eeuw tot het tijdperk der groote industrie aan het kapitaal mislukt om den ganschen beschikbaren arbeidstijd voor de manufactuur te bemachtigen, dat de manufacturen kort van leven zijn en met de landverhuizing der arbeiders haren zetel in het eene land verlaten en in het andere opslaan, zouden boekdeelen spreken." Men begrijpt dan ook den smartkreet dien de anonyme schrijver van een in het jaar 1770 verschenen schotschrift slaakt: "Arbeiders moesten zich nooit voor onafhankelijk van hun meerderen houden... Orde moet er op de een of andere wijze gesticht worden."