Pagina:Keulemans Onze vogels 2 (1873).djvu/71

Deze pagina is gevalideerd
 

DE HUISZWALUW.

HIRUNDO URBICA.


De Huiszwaluw, die, wegens hare witte stuitveêren, ook Melkstaartje wordt genoemd, is niet zoo menigvuldig als de reeds beschreven Boerenzwaluw. Zij behoort tot die soorten, bij welke de buitenste staartpennen minder verlengd zijn, dan die van de zoo even genoemde soort, en zij is, van alle zwaluwachtige vogels, de eenige, die een van vederen voorzienen voetwortel bezit.

Zij bewoont dezelfde streken als de Boerenzwaluw, doch trekt zelden gelijktijdig met deze heen en terug: meestal komt de Huiszwaluw eenige dagen later bij ons aan. In den nazomer vliegen zij dikwijls gezamenlijk met de Boerenzwaluwen, doch telkens vereenigen zij zich weder in troepjes van hunne eigen soort; ook vliegen zij gewoonlijk iets hooger, en zelden zoo laat op den dag als de Boerenzwaluw.

Er bestaat geen opmerkelijk verschil tusschen beide seksen; alleen is het mannetje wat glanziger van veêren, en meestal iets grooter, dan het wijfje. De jongen zien er even als de ouden uit, maar zijn fletser van kleur en veel kleiner. Het nest van de Huiszwaluw heeft eenige overeenkomst met dat der Boerenzwaluw, maar is gewoonlijk iets breeder en ronder. Het is geheel toegemetseld en heeft eene opening op zijde. Men vindt het onder vensters, tegen schoorsteenen, onder rieten daken tegen den muur, ook onder de daken van hooibergen en in veestallen; ja soms zelfs in schoorsteenen. De materialen, welke de Huiszwaluw voor den nestbouw gebruikt, bestaan uit hooi, doode blaadjes, paardenhaar en andere draadachtige zelfstandigheden, welke zij, even als de Boerenzwaluw, met slijk en koemest aan elkander hecht; van binnen is het nest met paardenhaar, uitgepluisde schapenwol of veêren bekleed.

Zij broeijen tweemaal en elk broeisel bevat vier à zes (het tweede broeisel