Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/250

Deze pagina is niet proefgelezen

202

kabauers daarentegen roeien nog altijd sterk hun saamgehoorigheid; zij dwepen nog met hun emblemen, hun instellingen, hun taal, hun land, ondanks het feit, dat zij zich zoo gemakkelijk assimileeren aan Westersche denkwijze en beschaving. Men staat ook in dit opzicht voor een raadsel bij dit bijzondere volk.


Landbouw.

Verscheidene andere uitingen van oudere cultuur bewijzen, dat op Sumatra de bodem niet ongeschikt is voor eene flinke opleving van lier land. In den landbouw staan vele deelen niet achter bij Java. De Minangkabauers, de Tobaneezen, de Mandailingers zijn beter rijstbouwers dan de Javanen. Zij bewerken den grond beter, de werkzaamheden aan het irrigeeren van gronden verbonden, verstaan zij even goed.


Bevloeiingswaterrad.

Speciaal aan Sumatra eigen zijn verschillende vindingen om de kracht van stroomend water te benutten. De belangrijkste daarvan is de „kintjir air", eene Minangkabausche uitvinding van verre verspreiding. In hoofdzaak bestaat het uit een zeer groot vertikaal gesteld rad, draaiende om een vaste as. Aan den omtrek van het rad zijn schoepen aangebracht, die, in het stroomende water reikende, het rad doen draaien. Aan den omtrek zijn mede groote bamboezen kokers aangebracht in schuinen stand, zoodanig dat zij zich beneden met water vullen en, in het draaien boven komend, in schuine stralen hun inhoud uitstorten in een goot, vanwaar het water verder over de sawahs wordt geleid.

In de slecht bevolkte streken van Sumatra evenwel is het met den landbouw treurig gesteld en blijft de ladangbouw de grootste hinderpaal voor ontwikkeling. Ladangbouw is roofbouw en sluit concentratie van bevolking uit, die toch het begin moet zijn van maatschappelijke ontwikkeling. Van de zooeven genoemde betere streken uit als kern moet echter de veralgemeen ing van het sa wanbedrijf uitgaan. De schaarschheid der bevolking is zoowel oorzaak als gevolg van de voorliefde voor ladangbouw. Komen er meer menschen, dan komt de sawahbouw vanzelf.

De Inlandsche cultures van peper, van gambir, tabak, copra,