Pagina:Marcellus Emants - Een nagelaten bekentenis (1894).djvu/138

Deze pagina is gevalideerd

Is 't vreemd, dat uit mijn antwoord alle goedheid spoorloos verdwenen was?

„Wel... om alles mooier en lichter en kleuriger te zien worden. ' t Is toch altijd gemakkelijker je zo'n onschuldig genoegen zelf te bezorgen dan te moeten wachten, dat een ander 't je geeft!"

Weer keek ze even op; maar daarna ging zij zwijgend voort met werken. De meid bracht de courant binnen en die avond werd er tussen ons geen woord meer gewisseld.

 

Nu gebeurde 't al gauw, dat ik de Kantere eens dicht bij huis tegenkwam en een poosje met hem op en neer liep; iets later deden we samen een lange wandeling, die door vele anderen werd gevolgd.

Op deze wandelingen biechtte ik allengs mijn hele levensloop tot aan mijn huwelijk en terwijl de Kantere me geduldig aanhoorde, voelde ik me interessant worden in mijn eigen ogen.

Daarentegen vertelde de dominee me van zijn lotgevallen nagenoeg niets. ' t Was, of hij zich even gaarne verdiepte in mijn bestaan als ongaarne in het zijne. Slechts van tijd tot tijd, wanneer hij behoefte gevoelde een van zijn vele wenken of raadgevingen te illustreren, gunde hij me een vluchtige blik in zijn verleden. Zo stelde hij, bij gelegenheid van een gesprek over mijn gemis aan volharding, zich zelf als het voorbeeld van een „self-made" man op. Zijn vader was een kleine winkelier geweest en hij had eerst als bediende, later door lessen te geven het geld voor zijn studies cent voor cent moeten verdienen.

„En had ik mijn carriére niet afgebroken, eerst om met mijn vrouw naar het Zuiden te gaan, daarna om me geheel aan Sofietje te wijden, dan zou ik geworden zijn, wat ik maar wilde. ' t Is alles een quaestie van aandurven en volhouden. Ik maak me sterk binnen twee jaar in de Kamer te zitten en binnen vijf jaar Minister te zijn. Ik verlang 't niet, ziet u; maar als ik 't wel verlangde, zou ik 't ook bereiken. En... wie weet, of ik 't op een goede dag niet verlangen zal?"

134