Pagina:Marcellus Emants - Een nagelaten bekentenis (1894).djvu/143

Deze pagina is gevalideerd

mijn canapé neergezonken en daar lag ik nog te soezen, toen in de verte de kerkklokken begonnen te luiden.

Weinig dingen zijn in staat mij met even veel kracht naar het verleden terug te voeren, als het verre luiden van een kerkklok. Al de sensaties van mijn jeugd leefden zo duidelijk weer op, dat ik me had kunnen verbeelden ze nog eenmaal te ondergaan. Ik zag die lang verdwenen gezichten en vertrekken en meubels terug; ik hoorde weer die lang verstomde stemmen en geluiden; ik voelde weer de strelingen van handen en blikken en de woeling van duizenderlei half vergane, stil verkropte, pijnlijke impressies. Wat had ik weinig genoten van al, wat er te genieten valt; wat waren er afschuwelijke leegten in mijn bestaan! Machtig en snel was de dicht stromende mensheid voortgegolfd en ik had opzij toegekeken, ter nauwernood vermoedende, wat er omging in die wildrumoerige wieling.

En nog altijd ging het zo door. Ook deze mooie dag, deze dag vol leven, deze dag, die aan duizenden emoties en genot moest schenken, voor mij zou hij weer leeg heen spoeden, zonder één spoor achter te laten op de stil zich afrollende, effen grijze vlakte van mijn bestaan. Zo zou 't vandaag gaan, zo zou 't morgen gaan, zo zou 't over een maand, over een jaar gaan en ondertussen vergrijsden mijn haren, verkalkten mijn aderen, verhardden of verweekten mijn hersenen.

Reeds hunkerde ik niet meer zo aanhoudend naar sensaties; reeds waren ze minder intens dan vroeger; reeds droogde het leven in mijn zenuwen op; reeds verdorde mijn beetje ziel geheel.

Op veertig jaar zou ik zijn als een normaal mens van zeventig!

Neen, neen, zo kon 't niet langer! Ik wilde er uit; ik moest de onzichtbare muren van mijn gevangenis doorbreken. Ik moest toch eenmaal echte emoties hebben, eenmaal me anders dan in mijn verbeelding voelen leven, eenmaal volop begeren, liefhebben, genieten en lijden! En dat moest gauw gebeuren, heel gauw, heel gauw, of 't

139