Pagina:Marcellus Emants - Een nagelaten bekentenis (1894).djvu/29

Deze pagina is gevalideerd

eerzucht mij niet tegen moedeloosheid kon vrijwaren. Voor mij, evenals voor de negers, scheen de hoogste grenslijn van intellectuele ontwikkeling erg laag te liggen en betekende het dus niemendal, of ik 'm langzaam kruipend dan wel met één vlugge sprong bereikte. Er over heen kwam ik toch niet.

Het spreekt vanzelf, dat, na een goed begin vol ijverige vorderingen, niemand de ware reden van deze vertraging en deze verslapping bevroedde. Alles werd aan onwil toegeschreven en omdat ik me zelf destijds nog niet zo goed doorgrondde als tegenwoordig; maar wel besefte, dat me onrecht werd gedaan, zweeg ik op die verwijten en verschanste ik me in een ongenaakbare stugheid. Op deze wijze nam mijn vijandigheid tegenover kameraden n leraren nog immer toe, om zich uit te breiden tot de curatoren, mijn ouders en alle niet-onbeduidende mensen, met wie ik in aanraking kwam. Het was me, of ik op ieders gelaat mijn veroordeling las en ik voelde, dat die rechters me niet kenden. Had ik toen maar ingezien, dat in de regel de onverschilligheid van de mensen hun strengheid erg verzacht.

Buiten staat mijn leven door eigen kracht te verbeteren, vestigde ik telkens mijn hoop op de veranderingen, waartoe ik gedwongen werd. Voor iedere jongen zijn verwisselingen van school, opklimmingen naar hogere klassen ommekeren in zijn bestaan; ik hoopte vruchteloos, dat ze ook tot revolutie's in mijn binnenste zouden worden. Ik kon me vast voornemen onder nieuwe makkers niet langer schuw, tegenover nieuwe meesters niet langer wantrouwend te zullen zijn, de invloed van de nieuwe omgeving was integendeel, dat ik nog angstvalliger, nog achterdochtiger, nog weifelender, nog bescheidener werd. Om met mensen, lokaliteiten, toestanden op mijn gemak te komen, moest ik een grote zelfoverwinning behalen en zag ik ondertussen, dat anderen licht viel, wat mij zulk een ontzaglijke inspanning kostte, dan overmande me de wanhoop en bond ik zelfs de strijd niet aan. Hoe besluiteloos ook omtrent mijn toekomstige loopbaan, toch stelde ik me

25