Pagina:Marcellus Emants - Een nagelaten bekentenis (1894).djvu/33

Deze pagina is gevalideerd

Hij liet me bij zich komen in zijn zogenaamd kantoor, waar al wat het oog kan strelen en de geest bezighouden, nooit meer bij machte was hem langer dan een half uur achtereen te boeien. Hem bracht de kleurenharmonie van de donker rode gordijnen met het Smyrnase kleed en de notenhouten meubelen in generlei stemming; hem liet de boekenschat van pikante, wijsgerige en belletristische literatuur volkomen onverschillig; hem leidden de terra-cotta beeldjes, de majolica-vazen, de bronzen reliefs niet af. Steeds gejaagd en toch zich vervelend, liep hij elk half uur met een brommerig gezicht het huis zuchtend door, zonder ooit recht te weten, wat hij van deze onderzoekingstochten verwachtte en drie maal per dag toog hij doelloos naar buiten, altijd grommend over wind of regen of hinderlijke zonneschijn. In zijn jeugd had hij zó vrolijk geleefd, dat men hem en zijn vrienden lange tijd de naam gaf van zwarte bende. Van deze vrolijkheid was echter niets meer overgebleven dan een zeldzame, zenuwachtige lachuitbarsting, veroorzaakt door een schuine mop of door minachtende verbazing over een menselijke domheid.

Op vijf en dertig jarige leeftijd had hij zijn jeugd gesloten verklaard en was hij getrouwd. Eigenlijk zou hij verstandiger hebben gedaan een huishoudster te nemen, want meer verlangde hij niet; maar ondanks zijn vrije moraal stoorde hij zich aan de maatschappelijke vormen.

Op zekere dag vroeg hij aan een goede vriend (van wiens zoon ik later de geschiedenis vernam) of deze soms geen vrouw voor hem wist, die niet piepjong meer was, een beetje geld met wat overblijfselen van schoonheid aanbracht en aan het leven hoegenaamd geen eisen stelde. De vriend wees hem op de wandeling een oude vrijster aan, die een onaangenaam thuis had gekend bij een jichtige vader, en mijn oude heer vroeg de onbekende nagenoeg op staande voet.

Om zich niet al te erg te vervelen, zocht de man toen baantjes te krijgen. Hij begon met secretaris van een paar bonden, penningmeester van enige stichtingen, president van ettelijke verenigingen te worden en ontwaakte bij

29