Pagina:Marcellus Emants - Een nagelaten bekentenis (1894).djvu/49

Deze pagina is gevalideerd

gelogen waren, betrapte ik me zelf op de neiging om daar eigen fantasieën tegenover te stellen. Hetgeen ik me als mogelijk had voorgespiegeld, diste ik hun op als werkelijk geschied en terwijl ik daarbij tal van bijzonderheden verdichtte, die aan de handeling grote waarschijnlijkheid bijzetten, doorleefde ik inderdaad een flauwe weerschijn van de geschilderde emotie.

Wel beschouwd was dit slechts een nieuwe openbaring van mijn leugenachtigheid; maar het bracht me op de inval, dat er misschien een kunstenaar in me stak en zo kregen het zoeken naar avonturen, het begeren van wisselende aandoeningen tijdelijk een soort van rechtvaardiging, die me behoedde voor het bezwijken na mijn eerste teleurstellingen.—

Indien ik eens naar Zwitserland trok: het land, waar elk jaar duizenden vreemdelingen samenkomen, die niets verlangen dan plezier. Zou 't niet te verwonderen zijn, als ik daar, hetzij in de hotels, hetzij op bergtochten geen gelegenheid vond om jonge mensen te leren kennen, die nog andere dingen zoeken dan het ascetisch beschouwen van mooie natuurtaferelen.

Het ideaal van mijn passiviteit was een vrouw te ontmoeten, die, in tegenwoordigheid van anderen, vormelijk beleefd jegens me zou blijven, om 's nachts mijn kamer binnen te sluipen, mij de armen om de hals te slaan en te smeken: heb me lief, heb me lief!

Ik beeldde me echter in ook tot een actiever optreden in staat te zijn, wanneer ik eerst maar in een blik of in een gebaar een flauwe aanmoediging had gelezen.

 

De dagen gingen voorbij en sloten zich in het verleden aaneen tot weken en maanden; doch mijn bestaan bleef ledig en mijn behoefte aan aandoening onbevredigd. Soms genoot ik van de natuur, soms van een concert, soms van een roman; maar deze impressies waren in mijn ziel als toneeldecoraties, die slechts betekenis en waarde hebben voor het drama, dat er tegen moet uitkomen en dat ze moeten omlijsten. Ze gaven me fictie, waar ik realiteit

45