Pagina:Marcellus Emants - Een nagelaten bekentenis (1894).djvu/51

Deze pagina is gevalideerd

laken, de omstreken en het weer; maar het lukte me ook, haar, na afloop van het diner, mijn gezelschap in het salon op te dringen.

De dames schenen nog niemand te kennen en wij namen plaats in een donkere hoek, ver van de overige vreemdelingen, die om de middeldis een luidruchtig groepje vormden.

 

Al spoedig kwam het gesprek op muziek, mijn lievelingskunst en daar ik op dit gebied nog al thuis was—althans veel gehoord had en veel kon nazingen—duurde 't niet lang, of ik voelde me bijzonder op mijn gemak. Ik bood koffie met likeur aan—wat niet werd afgeslagen—en waagde de vraag, of de dames voor hun genoegen reisden.

„O, neen, meneer! Heeft u dan mijn portret nog nergens achter de glazen zien liggen?"

Ik moest een ontkennend antwoord geven en nu viel de moeder in:

„Mijn dochter is artiste, meneer. Zij speelt piano. In Zweden heeft zij een uitstekende reputatie; maar het ongeluk wil, dat haar gezondheid niet tegen het ruwe klimaat van ons land bestand is. De professoren hebben haar aangeraden een paar winters in Italië en een paar zomers in Zwitserland te gaan doorbrengen. Dit kost meer geld dan wij bezitten en daarom is zij genoodzaakt nu en dan een concert te geven. Zij heeft bovendien enige lessen."

„Mag ik u een programma geven? Het eerstvolgende concert zal Maandag plaats hebben?"

„De plaatsen kosten drie francs."

Ik nam dadelijk vijf en twintig plaatsen: wat me een blik van het meisje bezorgde, waarin ik zowel verbazing als blijdschap meende te ontdekken.

Mijn moed klom en toen de moeder de kaarten ging halen, waande ik me in staat het mooie schepseltje aan te raken, misschien snel het blanke halsje te kussen. Nu vielen me echter die brede handen weer in 't oog; ik aarzelde, verwarde me in een antwoord op een onverstaanbare vraag, beredeneerde in me zelf de mogelijke gevolgen van mijn daad en had nog geen beweging gemaakt als de oude al

47