Pagina:Max Havelaar of de Koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy (vyfde druk).djvu/255

Deze pagina is gevalideerd
243

Styl…ja! Daar liggen stukken voor my, waarin styl is Styl die aantoonde dat er een mensch in de buurt was, een mensch wien het de moeite waard geweest ware, de hand te reiken! En wat heeft die styl den armen Havelaar gebaat? Hy vertaalde zyn tranen niet in gegryns, hy spotte niet, hy zocht niet te treffen door bontheid van kleur of door de grappen van den uitroeper voor de kermistent…wat heeft het hem gebaat?


Kon ik schryven zooals hy, ik zou ànders schryven dan hy.


Styl? Hebt ge gehoord hoe hy sprak tot de Hoofden? Wat heeft het hem gebaat?


Kon ik spreken zooals hy, ik zou ànders spreken dan hy.


Weg met gemoedelyke taal, weg met zachtheid, rondborstigheid, duidelykheid, eenvoud, gevoel! Weg met al wat herinnert aan Horatius’ justum ac tenacem! Trompetten hier, en scherp gekletter van bekkenslag, en gesis van vuurpylen, en gekras van valsche snaren, en hier-en-daar een waar woord, dat het mee insluipe als verboden waar, onder bedekking van zooveel getrommel en zooveel gefluit?


Styl? Hy had styl! Hy had te veel ziel om zyn gedachten te verdrinken in de «ik heb de eers» en de «edelgestrengheden» en de «eerbiedig-in-overweging-gevingen» die den wellust uitmaken van de kleine wereld waarin hy zich bewoog. Als hy schreef, doordrong u iets by ’t lezen, dat u begrypen deed hoe er wolken dreven by dat onweder, en dat ge niet het gerammel hoorde van een blikken tooneeldonder. Als hy vuur sloeg uit zyn denkbeelden, voelde men de hitte van dat vuur, tenzy men geboren kommies was, of Gouverneur-generaal, of schryver van ’t walgelykst verslag over «rustige rust.» En wat heeft het hem gebaat?


Als ik dus wil worden gehoord — en verstaan vooral! —