Pagina:Max Havelaar of de Koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy (vyfde druk).djvu/34

Deze pagina is gevalideerd
22

altyd veel van zyn moeder hield. Zyn deze laatste drie regels duidelyk of niet? Vindt ge dat er veel omslag noodig is, om dat te zeggen? Welnu, ik heb een broodje met kaas gegeten, daarna twee peren geschild, en ik was ruim half gereed met het orberen van de derde, voor Frits klaar was met die vertelling. Maar Louise schreide weer, en de dames zeiden dat het heel mooi was. Toen vertelde Frits, die, geloof ik, meende dat hy een groot stuk had uitgevoerd, dat hy ’t ding in dat pak had gevonden van den man die een sjaal droeg, en ik legde aan de heeren uit, hoe dat in myn huis kwam. Maar van de Griekin sprak ik niet, omdat Frits er by was, en ook zeide ik niets van de Kapelsteeg. Ieder vond dat ik heel goed had gehandeld, me van dien man aftehelpen. Straks zult ge zien dat er ook andere dingen in dat pak waren van meer solieden aard, en daarvan komt een-en-ander in dit boek, omdat de Koffiveilingen van de Handelmaatschappy er mee in verband staan. Want ik leef voor myn vak.


Later vroeg my de uitgever of ik hier niet by voegen wilde, wat Frits gereciteerd had. Ik wil ’t wel doen, mits men wete dat ik me niet ophoud met zulke dingen. (4) Alles leugens en gekheid! Ik houd myn aanmerkingen terug, anders wordt myn boek te dik. Ik wil hier alleen byzeggen, dat die vertelling zoo omstreeks 1843 in de buurt van Padang geschreven is, en dat dit een inferieur merk is. De koffi, meen ik.


Moeder, ’k ben wel ver van ’t land
Waar me ’t leven werd geschonken,
Waar myn eerste tranen blonken,
Waar ik opwies aan uw hand…
Waar uw moedertrouw der ziel
Van den knaap haar zorgen wydde,
En hem liefdryk stond ter-zyde,
En hem ophief als hy viel…
Schynbaar scheurde ’t lot de banden
Die ons bonden, wreed van-een…