Pagina:Max Havelaar of de Koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy (vyfde druk).djvu/358

Deze pagina is gevalideerd
346

is dit myn schuld? Het smoren van myn klachten is bescherming van onwaarheid, aanmoediging van leugen. Is ’t nu zoo moeielyk te begrypen dat het ommogelyk is, by-voortduring die zoo uitgestrekte bezittingen te beheeren, wanneer men omtrent Land en Bevolking geen andere dan onware berichten gelieft te ontvangen? Om iets te regelen, te besturen, te regeeren, behoort men dan toch in de eerste plaats te weten in welken toestand zich de te behandelen zaken bevinden, en zoolang men de in den Havelaar verstrekte gegevens ter-zyde schuift, weet men dit niet!

En nog iets. Er blykt uit dat boek dat de bestaande wetten niet worden gehandhaafd. Eilieve, wat baat het dan of men in den Haag en by verkiezingen zich aanstelt alsof er aan ’t maken van nieuwe wetten iets gelegen lag? Ik blyf er by dat de oude bepalingen wat de hoofdzaken aangaat zoo slecht niet waren. Maar men verkoos ze niet optevolgen. Dáár ligt de kwestie! [1] Daar, en niet in ’t eindeloos redeneeren over onderwerpen van vermeend of voorgewend-politisch belang, een gekibbel dat wel dienen kan om krantenschryvers aan teksten voor hoofdartikels te helpen, om ministers een week langer op ’t kussen, en de geheel overbodige talenterigheid van Kamerdebattisten bezig te houden, maar geen voetstap nader brengt aan ’t eenig ware doel: bescherming van den Javaan tegen de hebzucht zyner Hoofden in medeplichtigheid van een bedorven Nederlandsch Bestuur.




Wat nu deze nieuwe uitgaaf betreft, ik stond by de Noten die straks volgen, gedurig in twyfel over de meer of mindere behoefte aan toelichting. Dit bezwaar is tweeledig, en betreft zoowel het ophelderen van ’n maleische of vreemdklinkende uitdrukking, als de staving der feiten die in den Havelaar worden meegedeeld. Ik weet nog altyd niet hoe diep het door de Van Twisten uitgestrooid praatje „dat ik maar ’n roman had geschreven” wortel heeft geschoten? Durft men de door my overgelegde officieele stukken voor onecht houden? Hiervan is me niets ter-oore gekomen. Dewyl men echter by-voortduring weigert my de plaats interuimen die me zou toekomen indien ze voor echt worden erkend, viel ’t my moeielyk het juiste midden te vinden tusschen te veel en te weinig rechtvaardiging. Ik liep telkens gevaar het justificeeren overteslaan van iets dat in de oogen van sommige lezers bewys kon noodig hebben, en elders iets met bewyzen te staven dat alle verdere toelichting missen kon, een fout die me zou blootstellen aan de — gewoonlyk verkeerde! — toepassing van ’t bekende: qui s’excuse s’accuse. Te excuzeeren nu heb ik, die m’n plicht deed, niets. Nederland deed z’n plicht niet, en heeft zich te verontschuldigen dat het tegen Havelaar party trekt voor schelmery. Zóó is de zaak!


  1. Zie ter toelichting der karakteristieke frekwentie van dusdanig misvatten, het aardig voorval op ’n audientie by den Keizer van Rusland, medegedeeld in m’n brochure over Vryen-arbeid, uitgaaf 1873, blz. 137.