Pagina:Noorsche Volksvertellingen.djvu/175

Deze pagina is gevalideerd
161
OP EEN' SAETER.

rig de beweringen en bewijzen van beide partijen wikte en woog, werd de predikant eindelijk 't spoor geheel bijster; hij was in een labyrinth geraakt, waaruit hij vruchteloos den weg trachtte te vinden. De openbaring, aan Björn geschied, was wellicht eene bestiering des Allerhoogsten, die de predikant niet durfde wraken. Maar Selvor en Rundborg waren in den echt vereenigd door den priester en op 't woord van God, en 't gewicht dier beiden kon evenmin worden geloochend. Björn bezat de liefde van Rundborg als het ware van kindsbeen af. Selvor kon niet roemen op hare min, maar wel op de toestemming der ouders, welke, doordien zij ouder en gevolgelijk verstandiger waren, beter wisten wat hunne dochter tot geluk en zegen kon strekken dan zij zelve. Maar de onbeperkte uitoefening van de rechten der ouders tegenover de kinderen maakt de eersten vaak tot beulen, zeide de predikant — bij zich zelven, wel te verstaan. Na veel peinzen kwam hij tot het volgende besluit: Ik spreek geen oordeel uit in deze ingewikkelde zaak; zij behoort voor den burgerlijken rechter te worden gebracht. Middelerwijl mag Björn, die haar heeft bevrijd, haar ook behouden. Maar door de rechtbank werd 't volgende vonnis gewezen:

»Björn Praeststulen mag zonder eenig voorbehoud huwen met Rundborg Baardsdochter Östeng; Selvor Oppistuen en Baard Östeng moeten het land ruimen, omdat zij dit huwelijk hebben willen beletten."

»Van dit laatste kwam echter niets; want Björn verwierf genade voor zijn' schoonvader en sedert werden zij beste vrienden."

Zoo werd de sage van Björn Praeststulen door den schoolmeester aangevuld. Maar woorden zijn dood en machteloos. Daar was iets onbeschrijfelijk komieks in