Pagina:Occult woordenboekje (Van Veen 1937).djvu/26

Deze pagina is gevalideerd
24
Ed-Eu
 

verdicht kan worden, tot zo ver zelfs, dat het geheel het voorkomen van een menselijk lichaam heeft. (Ook: teleplasma genoemd).
Eddy, Mrs.: zie: Baker.
Eglington: geb. 1857. Beroemd Engels medium, vooral voor materialisatie en leischrift.
Ego: (Lat.: ik), het eigenlijke wezen van de mens, schijnbaar een eenheid, doch soms voor een splitsing vatbaar.
Elementalen: (theos.) de in de vier natuurrijken ontwikkelde wezens. Op de aarde: kabouters en aardmannetjes; in de lucht: sylphen; in het vuur: de salamanders en in het water: de undinen of waternymphen.
Elfen: kleine, rondzwervende goede of kwade geesten uit de Noorse fabelleer; aardgeesten.
Elixer: een alchemistische grondstof, die met de steen der wijzen wordt gelijkgesteld of als levenselixer eeuwige jeugd en schoonheid verleent.
Emanatie: uitzending, uitstraling; vooral ook uit het lichaam van een medium, waarbij dit in gewicht verliest. (Zie: materialisatie).
Entelechie: het ordenend beginsel in de natuur. (Zie ook: Driesch en Ortt).
Entiteit: wezen.
Envoûtement: zie: Bildzauber.
Ephemeriden: sterrekundige jaarboeken, waarin de onderlinge stand van de zon, de maan en de planeten dag voor dag, ook vooruit, staat aangegeven.
Eschatologie: de kennis van wat betrekking heeft op het lot der mensen na de dood en op het einde der wereld.
Esoterisch: wat alleen voor ingewijden bestemd is.
Espérance, Mad. Elizabeth d’: (1855—1919); pseudoniem. Haar eigenlijke familienaam was Hope. Bekend amateur medium; schrijfster van: „Shadowland”, wat vertaald werd onder de titel: „Uit de geestenwereld”.
Esseeërs: Joodse secte sedert 160 v. Chr., die zich behalve met de theologie ook met genezen bemoeide. (Ook: Essenen).
Ether: zie: aether.
Euphorie: toestand van volkomen welbehagen.