Pagina:Occult woordenboekje (Van Veen 1937).djvu/39

Deze pagina is gevalideerd
Ju-Ke
37
 


Jupiter: de geluksplaneet; verleent lichaam en geest harmonie. Bij slechte aspecten echter ijdelheid en aanmatiging.

K
(Zie ook C).

Kaartleggen: voorspelling uit de speelkaarten. De gekleurde kaarten kunnen ook door hun glans, helderziendheid opwekken. Ook kunnen bij het schudden en leggen automatismen optreden.
Kabbala: in de Talmudische tijd de, naast de schriftelijke wet der Joden, geldende overlevering; later een alleen voor ingewijden bestemde leer, die zich bezig houdt met de eigenschappen van Gods wezen, de schepping, enz.
Kant, Immanuel: (1724—1804). De beroemdste Duitse wijsgeer, die in zijn boekje: „Träume eines Geistersehers” (1762) zich ironisch over de mogelijkheid van gemeenschap met de geestenwereld uitliet, maar daardoor, zijns ondanks, op dat moment een profeet was.
(„Er zal een tijd komen, dat het bewezen is, dat de menselijke ziel reeds gedurende haar bestaan op aarde in nauwe en onverbreekbare betrekking staat tot de wereld der geesten, en dat hun wereld de onze beïnvloedt en daarop diep haar stempel drukt”.)
Kardec, Allan: pseudoniem voor Hippolyte Dénisard Rivail, (1804—1869), uit Lyon, die o.a. in 1856 schreef: „Het boek der geesten", in 1864: „Het boek der media”. Hij is de vader van het spiritisme in Frankrijk en was overtuigd reïncarnist.
Karma: in de theosofie de aaneenschakeling van oorzaak en gevolg; het resultaat van het zedelijk handelen. Het lot van de mens hangt of van zijn handelwijze in zijn vorige levens; zijn daden nu, bestemmen zijn toekomstig lot.
Kataplexie: plotselinge verstijving van alle ledematen door schrik. (Zie: catalepsie).
Kennedy van Dam, H. B.: (1845—1922). Hij schreef verschillende brochures en stelde een lijst van eminente getuigen samen, onder de titel: „Getuigenis voor het spiritisme”.
Kepler, Johannes: (1571—1630). Zeer beroemd astronoom, tevens astroloog.