Pagina:Ornithologia Neerlandica 1.djvu/22

Deze pagina is proefgelezen
2
ORDE COLYMBIFORMES — DUIKERACHTIGEN.

voort te bewegen; doch ook de futen kunnen niet dan met moeite een korten afstand zeer waggelende loopen. Uit vrije beweging gaan zij nooit hiertoe over. Zij begeven zich in den natuurstaat zelden of nooit op het droge, alleen de zeeduikers in den broedtijd om het nest te bereiken. De zeeduikers maken hun nest aan den kant van binnenwateren op zeer korten afstand, hoogstens een paar passen van het water en begeven zich uit het water naar het nest door zich, op den buik liggende, met de pooten voort te schuiven; de futen wijken in de wijze van nestelen hiervan af, daar zij een op het water drijvend nest vervaardigen, meestal ver van den oever verwijderd. Een groot verschil bestaat er tusschen de eieren van de vertegenwoordigers der twee families; die der futen zijn ongevlekt, wit en met een poreuze kalklaag bedekt, die der zeeduikers daarentegen zijn steeds zonder deze kalklaag, groenachtig bruin met donkergrijze en zwarte vlekken.