Pagina:Ornithologia Neerlandica 1.djvu/80

Deze pagina is proefgelezen

34

 
Orde PROCELLARIIFORMES.
Familie PROCELLARIIDAE.
 

N°. 10.

Puffinus puffinus (Brünnich).

DE NOORDSCHE PIJLSTORMVOGEL.

Plaat 14: oud ♂.

 

Procellaria puffinus Brünnich, Orn. bor. 1764, p. 29.

Procellaria anglorum, Temminck, Man. d'Orn. 2e éd. II, 1820, p. 806, IV, 1840, p. 509.

Puffinus arcticus, Schlegel, Vog. van Ned., 1854–'58, p. 584, pl. 332. Id. Nat. Hist. van Ned. Vog. 1860, p. 230, pl. 33, fig. 4.

Puffinus puffinus, Albarda, Aves neerl. 1897, p. 94. Van Oort, Notes Leyden Mus. XXX, 1908–'09, p. 135. Id. Ardea, III, 1914, p. 93.

Puffinus puffinus puffinus, Snouckaert van Schauburg, Avif. neerl. 1908, p. 117. Id. Jaarber no. 5 Club nederl. vogelk. 1915, p. 108.


Engelsch: Manx Shearwater.

Duitsch: Nordischer Tauchersturmvogel.

Fransch: Pétrel Manks.

 

Beschrijving: Oud. Kin, keel, voorhals en onderzijde van het lichaam wit; zijden van kop, hals en lichaam grijs; bovenkop, achterhals, bovenzijde van het lichaam, vleugels en staart zwart; onderdekvederen van de vleugels wit; onderstaartdekvederen wit met zwarten buitenvaan. Iris donkerbruin; snavel bruinzwart, basis van den ondersnavel lichter; pooten licht vleeschkleurig, vliezen, buitenteen en achtergedeelte van het loopbeen en nagels zwart. Vleugels 210–238, staart 85–92, snavel 34–36, loopbeen 44–47 mm.

Beide seksen dragen hetzelfde kleed; ook het jeugdkleed gelijkt op dat der oude voorwerpen.

 

Voorkomen en levenswijze. De noordsche pijlstormvogel komt uiterst zeldzaam aan onze kust voor. Temminck vermeldde in 1820 reeds het voorkomen aan onze kust; hij zegt dienaangaande in het tweede deel van zijn Manuel d'Ornithologie op p. 807, "rarement sur les côtes de Hollande" en in het vierde deel, 1840, op p. 510, "elle émigre en nombre plus ou moins considérable le long de nos côtes maritimes." Deze laatste mededeeling berust op een dwaling, aangezien in geen enkele collectie een met zekerheid aan de Nederlandsche kust bemachtigd voorwerp uit vroeger of later tijd aanwezig is. In de collectie van 's Rijks Museum te Leiden zijn de beide