Pagina:Plantenschat - inleiding tot de kennis der flora van Nederland (1898).djvu/83

Deze pagina is gevalideerd
— 36 —

Voederwikke.—Vicia sativa.

Een keurige Viciasoort, in allerlei opzichten verschillend van de meer algemeene en later te behandelen Vicia cracca; allereerst reeds door den stand der bloemen, wijl hier geen tros wordt gevonden, maar alleen of hoogstens in paren staande bloemen. Deze zijn ook grooter dan die van de vogelwikke en daarbij is de vlag blauwachtig van tint, een eigenschap, die deze soort onderscheidt van de naast verwante Vicia angustifolia. Nog een verschil tusschen die twee laatste levert de beharing der veelzadige peulen; bij sativa zijn ze kortbehaard. Maar ge zoudt u hierbij licht vergissen, want die fijne beharing is eerst haast niet te herkennen, alleen als ge met de loupe tegen een der naden kijkt, krijgt ge de haartjes te zien.

De stekelpuntigheid der blaadjes is hier nog meer in 't oog vallend dan bij Vicia cracca, daar de punt aan het stompe boveneind van deze omgekeerd eironde blaadjes sterker de aandacht trekt. De bladeren zijn, als bij alle wikken, evengevind en hier veeljukkig, meestal met 8 paren blaadjes voorzien, en loopen van boven in fijne gekrulde ranken uit. Aan den voet der bladen ziet men een paar mooie steunbladen met eigenaardig getande voetslipjes.

Het sierlijke bloempje heeft een forschen kelk, die duidelijk geribd en zacht behaard is en in vijf even lange scherpe tanden uitloopt en als ge ter determineering dien hebt verwijderd, zult ge moeten letten op de buis der meeldraden, die naar voren scheef is afgesneden, en haakvormig ziet ge daar het vrije deel der meeldraden met den gekromden stijl zich er boven uit vertoonen. Zet zich een hommel op de kiel of het scheepje, waarbinnen de meeldraden liggen, dan springen deze door de gleuf te voorschijn en geven hun stuifmeel aan het harig onderlijf af, terwijl bovendien vaak een klein borsteltje aan den stijl het gevallen pollen uit de kiel veegt.

Men kweekt deze wikke als stikstofhoudend gewas ter verbetering van den grond en ploegt haar groen onder, om te profiteeren van de eigenschap, die de Papilionaceeën hebben, dat zij de stikstof uit de lucht tot zich nemen, door middel van de kleine knolletjes, waarmee hun wortelvezels zijn voorzien. De plant wordt ook als veevoeder gebruikt.