Pagina:Ricardo en Marx (Verrijn Stuart 1890).djvu/79

Deze pagina is niet proefgelezen

63

als een natuurlijk element van de productiekosten beschouwt, (dit woord nu in den vulgairen zin genomen, niet in den streng wetenschappelijken, waarin het alleen de verbruikte kapitaalgoederen omvat) 1).

Het zal wel geen betoog behoeven dat, welke meening men ook omtrent het leerstuk der waarde toegedaan zij, men kan trachten aan te toonen, dat de arbeiders door de kapi- talisten in te lage loonen beroofd worden van een deel der waarde van de producten, dat hun rechtmatig toekomt; dat het belang van allen beter gediend wordt door een gemeen- schappelijk bezit der kapitaalgoederen, dan door een toestand als de tegenwoordige, waarin deze laatste zich bevinden in handen van enkelen, die niet het belang van allen, maar van hen zelven beoogen.

Wat echter niet kan, is het verschijnsel der rente en der kapitaalvorming te verklaren uit de kostenwet, gelijk Marx deed; deze beiden hebben inderdaad niets met elkander ge- meen niet slechts, maar de Ricardiaansche kostentheorie neemt de kapitaalrente onder de productiekosten op.

Ik neem hiermede van Marx afscheid. Ken uitvoerige en principiëele kritiek van zijn "Mehrwerth" d.і. rentetheorie valt niet binnen het kader van dit proefschrift. Ik zou mij trouwens daarvan ook ontslagen mogen rekenen na de uiterst scherp- zinnige en volledige studie door v. Böhm aan de "Ausbeutungs- theorie” gewijd. Mij is geen scherper en meer afdoende kritiek der collectivistische renteleer bekend, en ik stel er prijs op ter aanvulling van het boven gezegde te verwijzen naar het helder en overtuigend betoog van Prof. v. Böhm. Naar aan- leiding van Rodbertus wordt vooral de rentetheorie der col- lectivisten, van Marx hun waardeleer besproken. Vooral de


1) In het woord "Mehrwerth" ligt (van het standpunt der kostentheorie bezien) deze tegenstrijdigheid reeds opgesloten. "Mehrwerth"; meer dan wat? Dan de

productiekosten? En juist deze zouden aan het produkt zijn waarde verleenen !