Pagina:Ricardo en Marx (Verrijn Stuart 1890).djvu/85

Deze pagina is niet proefgelezen

69

bruikt kapitaal ƒ 5 als zuivere opbrengst, verschillend waar- deeren, wanneer het ééne productieproces in éen, het andere in twee jaren afliep.

Resumeerende, meen ik derhalve, dat de kapitaalrente verklaard moet worden uit de physische productiviteit van het kapitaal, in verband met het feit, dat de daardoor gepro- duceerde zuivere opbrengst op het oogenblik van de schatting van het kapitaal nog een toekomstgoed is, op het oogenblik echter waarop de rente genoten zal moeten worden, een dadelijk beschikbaar genotgoed is, dat dientengevolge een grootere waarde bezit dan toen het geschat werd op 't oogen- blik dat het kapitaal begon productief aangewend te worden.

Dit is het beginsel der kapitaalrente in haar meest alegmeenen vorm, dat zich afspiegelt in alle verschillende modi- ficaties waaronder de rente in het verkeer zich voordoet. Het wezen der zaak blijft hetzelfde, slechts de vorm verschilt. Productiviteit van het kapitaal en waardeverschil tusschen tegenwoordige en toekomende goederen, ziedaar dus de bron waaruit de rente vloeit. De persoonlijke eigendom der kapitaal- goederen heeft op het bestaan der rente geen invloed hoege- naamd; ook in den staat der collectivisten zou zij bestaan en door de gemeenschap genoten worden. Een andere vraag is natuurlijk deze, of thans niet vaak de kapitalisten en ondernemers zich uit het totaalproduct een grooter deel toeeigenen dan hen volgens de bestaande omstandigheden tegenover den arbeiders rechtmatig als rente toekomt. En dan is het voor mij niet twijfelachtig, dat een nauwkeurige berekening van de productiviteit van het kapitaal in iedere tak van productie, volgens de regelen der "Ertragszurechnung" door Wieser zoo scherp ontwikkeld, in verre de meeste ge- vallen wordt nagelaten en plaatst maakt voor een berekening bij benadering, zeker niet in het voordeel der arbeiders. Intusschen dit hier verder te onderzoeken ligt niet op mijn weg.