Pagina:Vergif.djvu/251

Deze pagina is niet proefgelezen

253

hij wel graag een rok hebben; bovendien zou hij een gouden horloge en een ketting krijgen; en de professor had er zelfs over gedacht om hem gauw permissie te geven om thuis te rooken.

Maar op den morgen van den aannemingsdag, kort voor zijn ontwaken, droomde Abraham dat de deur openging en dat zijn moeder binnentrad, juist zooals zij dat zoo vaak placht te doen.

Hij stond gedrukt en angstig op. De kerkklok luidde voor de eerste maal; hij moest daar nu heen, vooraan staan in de heele rij, zoodat de heele gemeente hem kon zien en de gelofte af leggen. En de oogen van zijn moeder, die oogen die door hem heen zagen, volgden hem, hij voelde die,—zij was gekomen om zijn oprechte biecht te hooren.

Kon hij die gelofte gaan afleggen?

De rok waar hij zoo blij mcc geweest was, en die daar zoo fijn en nieuw neeiiag met zijden voering in de panden, hinderde hem nu en hij legde die ter zijde. Hij begon te denken aan al den ernst die er eigenlijk in dien dag lag. Hoe was hij er toe gekomen? was hij goed voorbereid? — of stond het niet veeleer op zijn voorhoofd geschreven dat hij onwaardig was?—een huichelaar en een leugenaar, zou zijn moeder gezegd hebben.

De proost had allen, toen zij gisteren middag het geld brachten, ook zoo heel ernstig vermaand