Pagina:Verzameling van Nederlandse staatsregelingen (1798-1815).djvu/101

Deze pagina is gevalideerd

STAATSREGELING
VAN
1805.




Algemeene Bepalingen.

Artikel 1.

Het geluk van een Volk wordt voornamelijk bevorderd door de wijsheid der wetten, welke het zich geeft.

2. De Wetten moeten altijd gegrond zijn op de Ondervinding, en, zoo veel mogelijk, zijn ingerigt naar den Geest en de Zeden der Natie, en de bijzondere omstandigheden des Lands.

3. Het groote beginsel der Maatschappelijke Vrijheid bestaat daarin, dat de Wet gelijke Regten verzekere en gelijke Pligten oplegge aan alle Burgers, zonder onderscheid van Rang of Geboorte.

4. Er bestaat geene Heerschende Kerk. Het Gouvernement verleent gelijke bescherming aan alle Kerkgenootschappen, binnen dit Gemeenebest bestaande. Het handhaaft dezelve bij de ongestoorde uitoefening van hunne Kerkelijke Instellingen, geschikt ter verbreiding van Godsdienstige beginselen en goede zeden mitsgaders tot handhaving der goede orde. Het neemt de noodige maatregelen, welke de bijzondere omstandigheden van deze Kerkgenootschappen, met betrekking tot de openbare rust en algemeene welvaart, vereischen.

5 Ieder is onschendbaar in zijne woning ; zijns ondanks mag niemand in dezelve treden, ten zij uit krachte van een bevel der daartoe bevoegde Magt.

6. Niemand kan in hechtenis genomen worden, dan volgens de Wet ; niemand kan veroordeeld worden, dan door den Regter, dien de Wet hem toekent, en na alle middelen van verdediging, bij de Wet bepaald, te hebben gehad.

7. Ieder Burger heeft het regt, om verzoeken of yoordragten aan de daartoe bevoegde Magt schriftelijk intedienen, mits die persoonlijk, en niet uit naam van meerderen, worden onderteekend, welk laatste alleen zal kunnen geschieden door of van wegens Ligchamen, wettig zamengesteld en als zoodanig erkend en dan nog niet anders dan over onderwerpen, tot derzelver bepaalde werkzaamheden behoorende.

8. Alle algemeene Wetten en bepalingen, welke sedert den jare 1795 hebben gederogeerd aan de pecuniële waarde van Eigendommen of wettig verkregene Bezittingen, zijn