Pagina:Verzameling van Nederlandse staatsregelingen (1798-1815).djvu/53

Deze pagina is gevalideerd

ieder der Raaden reekening en verandwoording, met overlegging van alle stukken en bescheiden, daartoe behoorende, ontvangen te hebben, aan de Vertegenwoordigende Vergadering verslag doen van zoodanige sommen als tot waarneming van de belangen der Buitenlandsche Bezittingen en Coloniën, geduurende het afgelopen Jaar, ontvangen en uitgegeven zijn, alsmede van den staat der zaken aldaar.

Bijaldien 'er een zuiver overschot, na aftrek van het- geen voor het volgend Jaar nodig zal zijn, plaats heeft, zal hetzelve in de Nationaale Kas gestort worden.

De Rapporten, Reekeningen en Begrootingen, in dit en het voorig Artikel gemeld, zullen door den druk worden bekend gemaakt.

243. Het Uitvoerend Bewind zal, op voordragt van ieder der Raaden, de aanstelling hebben der hooger Ambtenaars in de Buitenlandsche Bezittingen en Coloniën, tot derzelver bestuur behoorende.

244. Ieder der Raaden zal zorgen, dat de Troepen die zich in de Colonien bevinden, wel behandeld, betaald en gekleed worden, en voltallig blijven.

245. Ieder der Raaden, en de bijzondere Leden van dien, zullen, in geval van misdrijf, in derzelver Bediening begaan voor een Hoog Nationaal Geregtshof te regt gesteld worden.

246. De wijze, waarop de republikeinsche beginselen in de Bezittingen en Coloniën der Republiek, geregeld zullen worden ingevoerd, word door de Wet bepaald.


Over de Aziatische Bezillingen en Etablissementen.


247. De Bataafsche Republiek neemt tot zich alle de Bezittingen en Eigendommen der gewezen Oost-Indische Compagnie, benevens alle derzelver schulden.

De Octrooijen voormaals aan die Compagnie verleend, worden vernietigd.

248. De Geïnteresseerden bij en Houders van Actiën in de gewezen Oost-Indische Compagnie, worden door de Natie, bij wijze van afkoop, schadeloos gesteld.

249. De Bataafsche Republiek behoud, voor als nog, aan zich het vervoeren van allerlei Goederen naar de Oost-Indien, die niet aan de handeldrijvende Ingezetenen zijn afgestaan, als mede den aanbreng der voordbrengselen van den grond aldaar herwaards, het aanvoeren van Thée, uit het Rijk van China, daaronder begrepen. De Raad, zulks uitvoerende zal, bij voorraad, handelen volgends den inhoud van het laatste Octrooij, aan het Commité tot de zaken van den Oost-Indischen Handel en Bezittingen verleend, met zoodanige verdere bepaalingen, als bij deze Acte van Staatsregeling zijn uitgedrukt, tot zoo lang, dat, door het Uitvoerend Bewind, op voorstel van den Raad der Asiatische Bezittingen aan het Vertegenwoordigend Ligchaam, een nieuw Charter aangeboden, en door het laatste zal zijn bekragtigd.