Pagina:Winkler-Zand en duinen (1865).djvu/156

Deze pagina is proefgelezen
144
DUINPLANTEN

Gespuis noemt hij het, maar toch had hij een open oog voor de schoonheden der natuur, blijkbaar in dat gespuis en dat onkruid,, hoe zou hij anders met zooveel waarheid en vuur kunnen spreken over de duinen? En dat is een noodwendig gevolg van het bestuderen onzer duinen en onzer duinfauna en duinflora — een oog dat leert te zien, eene ziel die leert op te merken, een gemoed dat leert den Schepper te aanbidden door hetgeen de schepselen, die de duinen bewonen, leeren.


En behoef ik u, lieve lezer die mij tot hiertoe op mijne wandeling in de duinen vergezeld hebt, ten slotte wel te wijzen op het aesthetische en hartverheffende dat onze duinen hebben voor hem die gevoel heeft voor de schoonheden der natuur? Beklim een der hoogste toppen, en zie westwaarts de onafzienbare waterplas die de Noordzee heet; met statige kalmte stuwt hij zijne breede golven met een krans van schuim getooid voorwaarts. Oostwaarts valt uw oog op lagchende dreven, fraaije buitenverblijven, op schoone steden, op den Haag, Leyden, Haarlem. Beklim een duintop gedurende een storm, en gij staat versteld over de vreesselijke beweging der wateren in het verschiet, angstig vestigt gij uw oog op het houten zeekasteel dat te midden van het oorverdoovende geraas der golven als een kurk her- en derwaarts wordt geslingerd. Beklim een duintop gedurende een onweder op een zomernamiddag, als de zwarte wolkenzee die aan den hemel golft hare vurige