Pagina:WitteHeinrichFlora1868.djvu/473

Deze pagina is gevalideerd
 

TRICYRTIS HIRTAHook Var.NIGRA.

Nat. familie:

MELANTHACEÆ.

Klasse en Orde van LINNÆUS:

HEXANDRIA MONOGYNIA (Zesmannige-Eénwijvige)[1].

 

 

De zeer fraaije vaste plant, waarvan de nevensstaande afbeelding slechts een klein gedeelte, het topgedeelte eens stengels namelijk, voorstelt, is eerst sedert weinige jaren bekend, en in dien korten tijd reeds vrij algemeen verspreid geworden, ofschoon ze bij de liefhebbers toch nog te weinig aangetroffen wordt.

In het, in 1856 verschenen, 82e deel van het Botanical Magazine (tab. 4955) werd door den Directeur van den tuin te Kew bij Londen eene toen kortelings in die uitgebreide inrigting ingevoerde plant afgebeeld, die dáár voor de eerstemaal had gebloeid, en waarvan de zaden door de beide moedige reizigers Dr. Hooker (de zoon) en Thompson, die zich door hunne ontdekkingen van nieuwe planten, inzonderheid op het Himalaya gebergte, zoo buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt, uit Nepal aan dien tuin waren toegezonden.

Toen die plant bloeide, bleek het eene soort te zijn, welke reeds vroeger door den Deenschen kruidkundige Nathanaël Wallich, laatstelijk intendant van den Botanischen tuin te Calcutta en inzonderheid bekend door zijne prachtwerken over Indische gewassen, beschreven was onder den naam Tricyrtis pilosa, waarom Hooker haar dan ook onder dien naam afbeeldde en uitvoeriger beschreef, terwijl in 't volgende jaar dezelfde plant mede verscheen in van Houtte's Flore des serres et des jardins de l'Europe (vol. 12, tab. 1219.)

Zoowel Wallich als na hem enkele anderen, vermoedden, ofschoon dan ook min of meer twijfelachtig, dat deze plant dezelfde zou zijn, welke reeds in 1784 door Thunberg in zijne


  1. Zie de noot onder bladz. 37.
76