Pagina:WitteHeinrichWandelBennekom1902.djvu/19

Deze pagina is gevalideerd
 

II. HET DORP.

 

Van het dorp als zoodanig valt in een boekje als dit, 't welk alleen ten doel heeft een gids te zjjn voor den wandelaar in de omstreken, niet veel te zeggen. Trouwens het is de vraag of de historicus er veel van zou weten mede te deelen, dat het gros der lezers zou kunnen interesseeren, niettegenstaande het zeer oud moet zijn, wat trouwens niet te verwonderen is, daar dit gedeelte der Veluwe reeds van den tijd der Batavieren af is bewoond geweest.

Rekent men er de buurten bij, behalve het eigenlijke dorp, Nergera, de Craats, Hoekelum en de Heide, dan is het vrij uitgestrekt, met een bevolking, volgens de laatste telling, van 2228 bewoners, waarvan de grootste helft, 1472, in het dorp zelf.

Dat de populatie in de laatste jaren sterk moet zijn toegenomen blijkt hieruit, dat Witkamp, in zijn Aardrijkskundig Woordenboek van Nederland, voor 1890 het totale getal bewoners op 1000 stelde[1], van welke 578 de bevolking van de dorpskom uitmaakten.

Trouwens alles wijst hierop, en het sprekendst blijkt het uit het groot aantal overal verspreid staande nieuwe huizen en huisjes.

Wjj bezitten geen statistieke gegevens, waaruit zou

  1. Er staat 100, blijkbaar door het wegvallen van het laatste cijfer.