Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/Jaargang 138/Nummer 134/Rijksmuseum Kam heropend

Rijksmuseum Kam heropend
Auteur(s) Anoniem
Datum Vrijdag 10 juni 1938
Titel Stad en omgeving. Rijksmuseum Kam heropend. Minister van Onderwijs verricht de plechtigheid — De heer M. P. M. Daniels Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Krant Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant
Jg, nr 138, 134
Editie, pg [Dag], eerste blad, [2]
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

Rijksmuseum Kam heropend

Minister van Onderwijs verricht de plechtigheid — De heer M. P. M. Daniels Ridder in de Orde van Oranje Nassau

      In tegenwoordigheid van een aantal autoriteiten heeft vanmorgen de heropening plaats gehad van het Rijksmuseum G. M. Kam, dat thans zooals men weet tot één geheel is vereenigd met de Romeinsche afdeeling van het gemeentemuseum. De plechtigheid, die geschiedde door den minister van Onderwijs prof. dr. J. R. Slotemaker de Bruïne, werd o.m. bijgewoond door den Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland, mr. S. baron van Heemstra, den burgemeester van Nijmegen, den heer J. A. H. Steinweg, de wethouders mr. P. I. J. M. van der Velden, W. F. W. van der Wagt en C. van Westreenen, den gemeente-secretaris, mr. J. L. Miesen, den secretaris der V.V.V. „Nijmegen Vooruit”, den heer P. L. M. van Wayenburg, den rector magnificus der R.K. Universiteit, prof. dr. K. Bellon, den heer C. A. P. Ivens, de leden van de commissie tot verzekering van een goede bewaring van Gedenkstukken van Geschiedenis en Kunst, de heeren jhr. dr. J. L. A. A. M. van Rijckevorsel en ir. J. J. Weve, namens de vereeniging Numaga, prof. dr. R. Post en de heer J. van Vugt Thljssen en de directeur van het Rijksmuseum te Amsterdam, dr. Schmidt Degener.
      De directeur van het museum prof. dr. J. H. Holwerda stelde na verwelkoming in het licht, hoe hier door samenwerking het Romeinsche museum van Nijmegen tot stand is gebracht, waardoor een levenswensch van wijlen den heer Kam is vervuld. Dank bracht spr. aan het Departement en den Rijksgebouwendienst, maar in het bijzonder voor de royaliteit en het ruime inzicht van het gemeentebestuur van Nijmegen, voorgelicht door de oudheidkundige commissie, in welk verband spr. groote erkentelijkheid betuigde jegens den aanwezigen nestor der commissie, ir. Weve. Voorts uitte spr. groote waardeering voor den toegewijden arbeid van den gemeente-archivaris, den heer M. P. M. Daniels, die de gemeentelijke collecties schifte, zelf vrucht van nieuwe onderzoekingen toevoegde en wiens onderzoekingen ten grondslag lagen aan alles wat in de laatste twintig jaar over Romeinsch Nijmegen geschreven is. Spr. verleende vervolgens het woord aan prof. dr. Slotemaker de Bruïne.
      De minister zeide gaarne te willen voldoen aan het verzoek om het museum te heropenen. Hij liet daaraan een enkel woord over de taak van de musea, met name van de musea, die oudheden bevatten, voorafgaan. Deze taak is het verleden te bewaren. Daardoor kunnen wij het heden leeren verstaan, dikwijls het leeren waardeeren, een enkele maal leeren zien, dat het verleden schoonheden bevatte, die niet meer in ons bezit zijn. In elk geval wordt de blik verrijkt door een verkeer met het verleden. Dit is een schoon werk. Op dit terrein doet zich soms zekere rivaliteit voor. De minister gaat hierop niet in, maar hij constateert met te meer voldoening, dat de regeling thans in Nijmegen getroffen, bewijs is van het tegendeel, namelijk van een vlotte samenwerking, die aan het geheel is ten goede gekomen. Rijk en gemeente hebben hier een weg ingeslagen, waardoor het gezamenlijk bezit nog beter tot zijn recht kan komen en met name de heeren die de behandeling der zaken in de hand gehad hebben, n.l. de gemeente-archivaris-beheerder van het gemeentemuseum en de directeur van het Rijksmuseum, verdienen onzen grooten dank. De heer Daniels zal met weemoed aan eenige voorwerpen denken, die het stadsmuseum hebben verlaten, maar hij smaakt de voldoening daardoor de gemeenschap te hebben gediend. Trouwens door zijn werk en zijn publicaties heeft hij dit reeds veelszins gedaan en daardoor zijn stad en ons volk belangrijke diensten bewezen. Het verheugt den minister dan ook te kunnen mededeelen, dat de Koningin den heer Daniels benoemd heeft tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Dat de heer Holwerda een deel van zijn tijd aan het Rijksmuseum te Nijmegen geeft en er in geslaagd is de kunstschatten opnieuw in overleg met den heer Daniels te etaleeren, verhoogt de waarde van het geheel. Het zal ook hem zelf tot groote voldoening zijn. Wij staan hier voor de resultaten van een streven, waardoor de historie bewaard wordt, de kunst verlevendigd wordt en de samenwerking practische toepassing gevonden heeft. Dit kon den minister slechts verheugen en met de beste wenschen voor hetgeen thans is tot stand gebracht, verklaarde hij het museum te zijn heropend.
      De burgemeester van Nijmegen, de heer J. A. H. Steinweg, daarop het woord verkrijgend, zeide, dat de gemeente afstand had gedaan van een dierbaar pand. Niet het minst was dit het geval voor den archivaris der gemeente, die vele jaren het beheer over het gemeentemuseum had gevoerd. Het getuigde echter van een juist inzicht, dat de gemeenteraad in 1935 het besluit heeft genomen, waarvan wij heden de voltooiïng registreeren. Spr. dankte den minister, dat hij persoonlijk de heropening van het museum heeft willen verrichten en wenschte den heer Daniels namens het gemeentebestuur geluk met zijn hooge onderscheiding. Spr. dankte hem in het bijzonder voor alles, wat door hem in de laatste achttien jaren in het belang der Nijmeegsche verzameling is verricht. Ook gaf spr. uitdrukking aan de dankbare gevoelens van het gemeentebestuur tegenover dr. Holwerda, van wien het initiatief tot samenvoeging der beide te Nijmegen aanwezige Romeinsche verzamelingen is uitgegaan. Moge het doel, dat dr. Holwerda daarbij voor oogen stond, n.l. de totstandbrenging van een goed en aantrekkelijk museum van het Romeinsche Nijmegen, geschikt om een grooter publiek te boeien, in vervulling gaan.
      Het gezelschap heeft vervolgens het museum bezichtigd.