Hoofdmenu openen

Sicco Ernst Willem Roorda van Eysinga/Nog eens de aanleg van spoorwegen door den staat/2

Nog eens de aanleg van spoorwegen door den staat [2]
Auteur(s) S.E.W. Roorda van Eysinga
Datum Zaterdag 20 april 1872
Titel Nog eens de aanleg van spoorwegen door den staat
Tijdschrift De Opmerker
Jg, nr, pg 7, 16, [2]
Opmerkingen Vervolg op Nog eens de aanleg van spoorwegen door den staat [1]
Brontaal Nederlands
Bron libserv.tudelft.nl
Auteursrecht Publiek domein

NOG EENS DE AANLEG VAN SPOORWEGEN DOOR DEN STAAT (†)


(Vervolg en slot van N0, 15).


      Dat er bij rijksaanleg veel verspild zal worden, daarvoor bestaat, in dit geval, geene gegronde vrees. De Nederlandsche maagd zal de wacht houden, niet am Rhein, maar bij de geldkist.
      Dat er voor de aanneming van den aanleg van het Kabohkanaal geene liefhebbers opdaagden, is te wijten aan eene allergebrekkigste comptabiliteitswet, die sinds jaren elke maand klachten doet opgaan, en aan onaannemelijke uitbestedingsvoorwaarden. Zelfs de anti-vrij-arbeider Huet veroordeelt dezer onuitvoerbaarheid. Men verbetere beiden. Men volge ook het voorbeeld van den concessie-aanvrager Van Diest en onderhandele met een Bateman of anderen grooten westerschen ondernemer. Maar de Regeering geve het beheer, de exploitatie van de lijnen niet uit hare handen.
      Zij belemmere den gang van zaken niet, maar laat ook de ambtenaren aan den anderen kant wat op hunne horens nemen. Het Opper- en het Onder-bestuur zijn meestal blijde, als zij geplaatst zijn geworden tegenover een fait accompli, een gedane zaak.
      Eén voorbeeld uit mijne loopbaan. Den 27sten Aug. 1851 zette ik voet aan wal op de zeer dun bevolkte delta Mengarej om een stroomleider aan den mond der Solo-rivier op te werpen, die weinige jaren in vrijen arbeid voltooid was. De waarnemende adsistent-resident Kollmann gaf mij, uit eigene beweging, honderd gedwongen arbeiders. Reeds vier dagen later wees ik ze af, onder beleefde dankbetuiging.
      – »Maar, mijnheer! gij zult geene menschen vinden.”
      – Maak u daarover niet ongerust”
      Reeds twee maanden later had ik vier duizend vrijwilligers. (*)
      Intusschen had de Chineesche opiumpachter met verrukking van dien snellen aanwas van bevolking gehoord, waarop hij bij zijne winstberekening en pacht niet had kunnen hopen. Hij zond een dienaar, die spoedig eene kit met het geliefde heulsap nabij mijn werk deed verrijzen.
      Dewijl ik mijne arbeiders niet wilde verdierlijken, gelijk onze vrome landvoogden doen, gelastte ik hem op te breken. Hij spartelde tegen. Ik was nog tweede-luitenant en volgde dus de militaire logica.
      – Later kunt gij reclameeren en zullen wij diplomatische nota’s wisselen, maar begin met te vertrekken, of ik doe u het eiland uitzetten.”
      De hemeling en zijn kit verdwenen. Zijn meester klaagde bij den resident De Perez, die een brief schreef aan mijn chef, den majoor G. H. Uhlenbeeck. Wat daarin stond, weet ik niet. Misschien wel iets over de »nauwen band” tusschen moederland en kolonie, dien ieder landsdienaar verplicht is meer en meer toe te halen, of over den »geldelijken nood,” enz.
      Uhlenbeck, een der hoogst zeldzame ware Javanen-vrienden, gaf mij vermoedelijk in zijn hart gelijk, maar was, uit eerbied voor de »bestaande bepalingen”, verplicht mij te wijzen op »de belangen van de schatkist.”
      Ik slikte den zachten officieelen brief, maar – zag den Chinees en zijne opium-kit niet meer terug.
      Brussel, 7 April, 1872.


S. E. W. ROORDA VAN EYSINGA.


[...]


      (†) In het eerste deel van dit artikel, voorkomende in n0 15, zijn de 22 laatste regels per abuis opgenomen. Deze moeten geheel vervallen.
      (*) Eene vergelijking tusschen Indische en moederlandsche toestanden: ik gaf daar elke week vier- tot zes duizend gulden landsgeld uit. Gelijktijdig werd in eene moederlandschevesting eene som van vier duizend gulden uitgegeven in het geheele jaar. Daaraan kwamen te pas: een overste van de genie, een kapitein, een eerste-luitenant, een tweede-luitenant en een paar fortificatie-opzichters. En dan klaagt men over verkwisting in Indië!