Album der Natuur/1858/Het Esparto-gras

Het Esparto-gras (1858) door Alexander Willem Michiel van Hasselt
'Het Esparto-gras' werd gepubliceerd in Album der Natuur (zevende jaargang (1858), pp. 30-32. Dit werk is in het publieke domein.
[ 30 ]

HET ESPARTO-GRAS.

 

 

In het zuiden van Spanje vindt men, volgens de belangrijke Reise-Erinnerungen aus Spanien van e.a. rossmässler[1], 2e uitgave, Leipzig 1857, deel II, bl. 1 en volg., echte Steppen of kale grasvelden van Esparto-gras (Stipa tenucissima of, volgens anderen, Macrochloa tenacissima), zoover het oog reikt, witgraauwe vlakten, welke bezet zijn met dit dor, helm-achtig gras, dat niet zoo zeer in digte zoden, als wel in pollen of struiken bijeen staat van 1 of 2 voeten overkruis op kleine hoogten afgezonderd, maar gezamentlijk in oneindig aantal. De buitenste afgestorvene en naar buiten omgekromde bladen vormen eenen graauwen, met stof en aarde overdekten krans, waaruit de nu nog levende, stijve, doch een weinig gebogene bladen 2 tot 3 voeten uitsteken. Deze bladen hebben de dikte van eene stevige breinaald en zijn even zoo glad en rond, nagenoeg als fijne biezen of russchen, doch niet zoo stijf opgerigt.

Het landschap Murcia schijnt inzonderheid het vaderland te wezen van dit nuttige gras, van welks gewigt men zich buiten Spanje moeilijk een begrip kan maken; maar dat men hier, vooral in het zuidoosten van dit Rijk, dagelijks meer leert waarderen.

Wanneer men in iedere huishouding, bij voornamen en geringeren, allerlei zaken uit dit gras ziet maken en men weet, dat het nergens opzettelijk aangebouwd wordt, zoude men ligtelijk vermoeden, dat er eindelijk eens gebrek zoude komen aan een gewas, waarvoor geenerlei zorg wordt gedragen. Wanneer men echter, niettegenstaande dat zoo algemeen gebruik, ook nu nog gansche vierkante mijlen ziet, [ 31 ]waar geen enkele Esparto-halm ooit afgeplukt is, zoo verdwijnt die vrees en is men integendeel vervuld van bewondering over een zoo belangrijk verschijnsel als de Esparto-steppen in Spanje ons doen kennen.

De grond, waar dit gras groeit, is op zich zelven niet onbruikbaar, daar men soms op enkele deelen van dien bodem het Esparto-gras uitgeroeid en in welige roggeakkers herschapen ziet. Het aanzien van een Espartoveld heeft in zekeren zin overeenkomst met moerassen, die wij bij ons veel zien en waar de grassen in kleine zoden of pollen bijeen staan. Zoo ook hier, behalve dat de bodem meest dor en licht van kleur is. De Esparto-struiken staan op kleine 3—4 (oude) duimen hooge verhevenheden, dan eens meer eenzaam, dan weder meer tot groote groepen vereenigd, maar meest in overgroot aantal bijeen, zoodat de geheele vakte een dof groen, somber aanzien verkrijgt. Zijn meest algemeene medgezel is de Thymiaan (Thymus vulgaris), die in onze tuinen als een geurig kruid wordt aangekweekt, eenige Cistus-struiken en sterk-gedoornde geelbloeijende Brem (Genista), welke door zijne talrijke doornen voor mensch en vee beschut is.

In plaats dat er, op onze heidevelden, veel struikachtige eiken en dennen voorkomen, zoo ziet men hier, op de Esparto-vlakten, in groote groepen vereenigd, den altoos groenen steeneik of het azijnhout (Quercus Ilex), doch hier niet hooger dan 2 tot 4 voeten opwassende en met zijne afgevallene dorre bladen den bodem hoog bedekkende.

Het Espartogras wordt tot allerlei oogmerken gebruikt. Behalve voor al datgene, waarvoor wij gewoon stroo bezigen en dat wij alzoo kortheidshalve hier overslaan, maakt men van de Esparto, soms zwart of rood geverfd: zeven, weegschalen tot gewoon gebruik in Zuid-Spaansche huishoudingen, muilkorven voor ezels en muilezels, manden of korven, zoo als die bij ons uit wilgentwijg gevlochten worden, touw en garen, van het zwaar scheepstouw af tot aan het fijnste bindgaren toe, tuigen voor ezels enz., voetkleeden in de kamers, venstergordijnen, muurbekleedingen (behangsels) in herbergen, kransvormige onderzetsels onder schotels, bezems van allerlei soort, zakken voor lastdieren, stoelbekleedingen, grove penseelen en borstels enz. Voor korten tijd heeft de heer simonet, een Franschman, in Murcia eene groote fabriek opgerigt om van het Espartogras, even als vlas, maar ruw toebereid, koorden van allerlei [ 32 ]sterkte te vervaardigen. Het is waarschijnlijk dat deze fabriek grooten opgang zal maken.

Volgens de Maison rustique, II, p. 36, is de bewerking der bladen van dit gras onder den naam sparterie bekend. Sinds onheugelijke tijden dragen de Basken daarvan een ruw, maar stevig schoeisel (sandalen) en komen daarvan bereide voetkleeden, matten en touwwerk, die zeer stevig en duurzaam zijn, veel in den handel, zoodat men in Frankrijk wel voorgesteld heeft het E[s]partogras in de duinen bij Bordeaux opzettelijk aan te kweeken, ten einde voor de produkten der sparterie niet langer aan Spanje cijnsbaar te zijn.
v. H.