De Burgeroorlog in Frankrijk/II. 17 april 1871

[ 79 ]
 

II.

17 April 1871.

Waarde Kugelmann.

Hoe je kleinburgerlijke demonstraties à la 13 Juni 1849 met de tegenwoordige strijd te Parijs kunt vergelijken, is mij totaal onbegrijpelijk.[1]

De wereldgeschiedenis ware zeker al zeer gemakkelijk te maken, als de strijd slechts onder de voorwaarde van onfeilbaar gunstige kansen kon worden opgenomen. Anderzijds zou zij een zeer mystiek karakter hebben, als „toevalligheden” geen rol speelden. Deze toevalligheden zijn er natuurlijk in de algemene gang der ontwikkeling altijd, maar zij worden door andere toevalligheden weder gekompenseerd. Versnelling en vertraging in de beweging der geschiedenis hangt van deze toevalligheden af, waaronder ook het „toeval” van het karakter der personen, die het eerst aan de spits der beweging staan, figureert.

Het doorslag gevende ongunstige „toeval” is ditmaal in geen geval te zoeken in de algemene voorwaarden van de Franse maatschappij, maar in de aanwezigheid der Pruisen in Frankrijk en in hun stelling vlak voor Parijs. Dat wisten echter ook de burgerlijke canailles van Versailles en juist daarom stelden zij de Parijzenaars voor het alternatief, de strijd op te nemen of zonder strijd de nederlaag te lijden. [ 80 ]

 

In het laatste geval zou de demoralisatie der arbeidersklasse een veel groter ongeluk zijn geweest dan de ondergang van een willekeurig aantal „leiders”.

De strijd van de arbeidersklasse met de kapitalistische klasse en haar staat is door de Parijse strijd in een nieuwe fase getreden. Hoe de zaak ook nu zal lopen, een nieuw uitgangspunt van wereld-historische betekenis is gewonnen.

Adio,
K. M.

  1. Op 13 Juni 1849 had te Parijs een demonstratie der Bergpartij plaats om te protesteren tegen de gewelddadige onderwerping der Republiek te Rome door Franse troepen. Deze demonstratie werd zonder de minste moeite uit elkaar geslagen; zij bezegelde het bankroet der kleinburgerlijke revolutionaire demokratie in Frankrijk. — Red.