De Burgeroorlog in Frankrijk/III. 18 juni 1871

[ 80 ]
 

III.


Londen, 18 Juni 1871.


Waarde Kugelmann,

...Je weet, dat ik tijdens de gehele Parijse revolutie voortdurend als de „grand chef de l'Internationale” door de bladen van Versailles (met medewerking van Stieber [1]) en „par répercussion” door de bladen hier, gedenunciëerd ben geworden. Nu nog iets over het adres (n.l. het adres van de Algemeene Raad over de Burgeroorlog in Frankrijk), dat je ontvangen zult hebben! Het veroorzaakt een duivels rumoer en ik heb de eer, at this moment the best calumniated and the most menaced man of London[2] te zijn. Dat doet iemand waarlijk goed, na een zeer vervelend-eentonige, twintigjarige moeras-idylle.

Het blad van de regering, — de „Observer” — dreigt met gerechtelijke vervolging. Qu'ils osent! Je me moque bien de ces canailles là.[3] Ik voeg hierbij een uitknipsel van de „Eastern Post”, omdat daarin ons antwoord is op het rondschrijven van Jules Favre. Oorspronkelijk verscheen dit antwoord in de „Times” van 13 Juni. Dit blad van eer heeft voor deze onbescheidenheid een lelijke uitbrander gekregen van den heer Bob Low (kanselier der schatkist en lid der kommissie van toezicht op de „Times”).

Je
KARL MARX.
  1. Leider van de Pruisische politieke politie. — Red.
  2. Op dit ogenblik de man van Londen te zijn, die het meest wordt belasterd en bedreigd. — Red.
  3. Laten zij het maar wagen. Ik heb maling aan dit canaille. — Red.