Eerste Unie van Brussel

PACIFICATIE VAN GENT Klein plakkaatboek van Nederland (1919) door Diverse auteurs

EERSTE UNIE VAN BRUSSEL

AMPLIATIE VAN DE UNIE VAN BRUSSEL
Uitgegeven in Groningen door Wolters.
[ 117 ]
 

XVII. Januari 1577. Eerste Unie van Brussel.[1]

Nous soubzsignéz, prélatz, gens d'esglise, seigneurs, gentilzhommes, magistratz des loix, villes, chastellenies et aultres, faisanz et représentans les Estatz des Pays Bas, en ceste ville de Bruxelles à présent assemblez, et aultres, estanz soubz l'obéissance du très hault, très puissant et très illustre prince, le Roi Philippe, nostre souverain seigneur et prince naturel etc., sçavoir faisons à tous présens et advenir que, voyans nostre commune patrie estre affligée par une oppression des Espaignolz plus que barbare et tyrannicque, ayons esté meuz, poulsez et constrainctz de nous unir et joindre par ensemble, et avecq armes, conseil, gens et deniers assister l'un l'autre contre lesdicts Espaignolz et adhérens, déclairez rebelles à Sa Majesté et noz ennemys, et que ceste union et conionction a depuis esté confirmée par la pacification dernièrement faicte, le tout par auctorité et aggréation du Conseil d'Estat, par Sadicte Majesté commis au gouvernement général desdicts pays: or comme le but prétendu de ceste union requiert toute fidélité, constance et asseurance mutuelle et réciproque pour jamais, et que ne voulons aulcunement par quelque mal entendu y avoir matière de soupçon et moins de sinistre volunté en aulcuns de nous, mais au contraire les affaires d'icelle union estre procurez, diligentez et exécutez en toute sincérité, fidélité et diligence, de sorte que personne des subiectz et habitans desdictz pays n'ayt occasion raisonnable de se mescontenter ou doubter de nous, pour ces raisons et mesmes affin que riens ne soit faict infidèlement au préiudice de nostre commune patrie [ 118 ]et juste défense ou obmis par néglicence ou connivence, ce que pour icelle juste défense est ou sera requis, avons en vertu de nostre pouvoir et commission respectivement et aultrement pour nous et noz successeurz, promis et promectons en foy de Christiens, gens de bien et vrais compatriotes, de tenir et entretenir inviolablement et à jamais ladicte union et association, sans que aulcun de nous s'en puisse desioindre ou départir par dissimulation, secrète intelligence ny aultre manière quelconcque, et ce pour la conservation de nostre saincte foi et religion Catholicque Apostolicque Romaine, accomplissement de la pacification, joinctement pour l'expulsion des Espaignolz et leurz adhérens et la deue obéissance à Sa Majesté, pour le bien et repos de notre patrie, ensemble pour le maintiennement de tous et chacuns noz privilèges, droictz, francises, statutz, coustumes et usances anchiennes, à quoy esposerons tous les moyens que nous seront possibles, tant par deniers, gens, conseil et biens, voires la vie, s'il fust nécessaire, et que nul de nous ne pourra en particulier donner aulcun conseil, advis ou consentement, ny tenir communication secrète ou particulière avecq ceulx qui ne sont de ceste union, ne au contraire leur relever aulcunement ce qu'est ou sera en nostre assamblée traictié, advisé ou résolu, ains se devra en tout conformer à ce que portera nostre généralle et commune résolution. Et en cas que quelque province, estat, pays, ville, chasteau ou maison fust assiégée, assaillie, invahie, foullée ou oppressée en sorte que fust, mesmes si aulcun de nous ou aultre, s'estant esvertué pour la patrie et commune défense d'icelle contre lesdicts Espaignolz ou autres affaires en dépendans, tant en général que en particulier, fust recerché, emprisonné, ranchonné, interessé, molesté ou inquieté en sa personne, biens, honneur, estatz ou aultrement, promectons y donner assistance par tous les moyens susdictz, et mesmes procurer la délivrance des emprisonnez, soit par force ou aultrement, à paine d'estre dégradez de noblesse, de nom, d'armes et honneur, tenus pour parjures, desléaux, et ennemis de notre-dicte patrie devant Dieu et tous les hommes, et encourrir note d'infamie et lascheté à jamais. Et pour valider ceste nostre saincte union et association, avonz ceste présente signée de noz mains et seingz manuelz, ce neufiesme jour de Janvier l'an quinze cens soixante dixsept[2].




Nederlandse vertaling

(maakt geen deel uit van het oorspronkelijke werk) Wij Ondergeteekenden Prelaten, Kerkelijken, Heeren, Edelen, Wethouders, Steden, Burgvoogdijen enz. uitmakende en vertegenwoordigende de Staten der Nederlanden, thans te Brussel vergaderd, en anderen, zijnde onder de gehoorzaamheid van den zeer hoogen, zeer magtigen, en zeer door luchtigen Vorst, den Koning filips, onzen genadigen Heer en natuurlijken Prins enz. doen te weten allen, tegenwoordigen en toekomenden, dat wij, in aanmerking nemende, hoe ons gemeenschappelijk Vaderland door eene meer dan barbaarsche en wreede verdrukking der Spanjaarden gekweld wordt, bewogen, aangespoord, en genoodzaakt zijn geworden, ons te zamen te voegen en te vereenigen, en met wapenen, raad, volk en geld elkander hulp en bijstand te verleenen tegen de voornoemde Spanjaarden en hunne aanhangers, welke als wederspannig tegen Zijne Majesteit en voor onze vijanden verklaard zijn. Deze Unie en Vereeniging is sedert door den onlangs gesloten Vrede bevestigd, alles op gezag en met goedkeuring van den Raad van State, door Zijne Majesteit met het algemeen bestuur dezer Landen belast. Daar nu, om het voorgestelde doel met deze Vereeniging [te bereiken], alle getrouwheid, standvastigheid en wederkeerige verzekering ten eeuwigen dage vereischt wordt en wij volstrekt niet begeeren, dat eenig misverstand aanleiding geve tot kwaad vermoeden, veel min tot onwil in iemand onzer, maar integendeel, dat de zaken deze Unie betreffende, geheellijk opgevolgd, bevorderd en uitgevoerd mogen worden met alle opregtheid, getrouwheid en vlijt, zoodat niemand van de onderzaten en ingezetenen der voornoemde Landen eenige billijke reden hebbe misnoegd te zijn of ons te wantrouwen; daarom en bijzonder om te verhoeden, dat er ongetrouw gehandeld worde ten nadeele van ons gemeenschappelijk Vaderland en van zijne regtvaardige bescherming, of dat door achteloosheid of oogluiking iets worde verzuimd, wat tot deze regtvaardige bescherming noodig is of zijn mogt, zoo hebben wij, uit kracht van ons vermogen en onzen last wederzijds en anderzins, voor ons en onze nakomelingen beloofd en beloven, op trouw van Christenen, van mannen van eer, en als opregte vaderlanders, onverbrekelijk enten eeuwigen dage te houden en onderhouden deze Unie en Vereeniging, zonder dat iemand van ons zich daarvan kunne ontbinden of scheiden door veinzerij, heimelijke verstandhouding, of op eenige andere wijze hoe ook, ter instandhouding van ons Heilig Geloof en de Katholijke Apostolische Roomsche godsdienst, tot nakoming van de Bevrediging en tot eenparige uitdrijving van de Spanjaarden en hunne aanhangers, onder verschuldigde gehoorzaamheid aan Zijne Majesteit, voor de rust en het welzijn van ons Vaderland; gelijk ook om te onderhouden allen en een iegelijk onze voorregten, landregten, vrijheden, instellingen, gebruiken en oude herkomen, waartoe wij al de middelen, in ons vermogen, zullen verstrekken, zoo met geld, volk, raad, en goed, ja, met den lijve zelfs, indien het nood ware; alsmede, dat niemand onzer, in het bijzonder, eenigen raad, advies, of toestemming zal mogen geven, of geheime of bijzondere gemeenschap houden met degenen, welke tot deze Unie niet behooren; integendeel hun op geene wijze openbaren, wat in onze gemeenschappelijke vergadering gehandeld, beraadslaagd of besloten is of worden zal maar zich in alles voegen en gedragen naar hetgeen ons algemeen en gemeenschappelijk besluit zal bepalen. En indien eenig gewest, staat, landschap, stad, slot of huis belegerd, besprongen, aangeslagen, beschadigd of verdrukt worde, hoe dat zij; zelfs zoo iemand onzer, of eenig ander die zich voor het Vaderland en de gemeene bescherming daarvan dapper heeft gekweten tegen de voornoemde Spanjaarden, of in andere zaken daarvan afhangende, zoo in het algemeen als in het bijzonder, opgezocht, gevangen, op losgeld gesteld, benadeeld, bezwaard, lastig gevallen of verontrust worde in zijn persoon, goed, eere, staat of anderzins, belooven wij daartegen hulp te verleenen bij alle de bovengenoemde middelen; ook de slaking der gevangenen te bewerken, hetzij met geweld, hetzij anderzins, alles op straffe van te worden ontzet van adeldom, van naam, van wapen, en van eer, en, voor God en alle menschen, gehouden te worden voor meinëedig, ongetrouw en vijand van ons Vaderland en te vervallen in de schande van eerloosheid en lafhartigheid ten eeuwigen dage. En om deze onze Unie en Verbindtenis te versterken, hebben wij het tegenwoordige stuk met ons gewoon handteeken onderschreven en geteekend den negenden van Louwmaand Vijftienhonderd zeven en zeventig.

  1. Naar het origineel: Algemeen Rijksarchief, Staten-Generaal, Secrete kas, loopende I. Facsimile bij J. C. de Jonge, De Unie van Brussel des jaars 577 ('s Gravenhage, 1825).
  2. Volgen de handtekeningen. — Cf. Hierover behalve De Jonge, t. a. p. Japikse, Resolutiën der Staten-Generaal 1576-1609, I, blz. 145, noot 1.